Hart van homo´s logo
Drie misverstanden over seks

Drie misverstanden over seks

Hart van homo´s logo

Drie misverstanden over seks

Drie misverstanden over seks

Relevant voor homo's én hetero's

Er zijn veel misverstanden over seks. Maar de volgende drie zijn misschien wel het meest hardnekkig. Relevant voor zowel homo’s als hetero’s.

 

1. 'Seksuele gevoelens moeten bevredigd worden'

Seksuele gevoelens moeten bevredigd worden – Het is waar dat seksuele gevoelens erg sterk kunnen zijn, zo sterk dat je bijna niet anders kan dan eraan toegeven – door seks te hebben of door je zelf te bevredigen. Maar dat is dus onzin. Seksuele gevoelens vragen niet in de eerste plaats om bevrediging, maar om beheersing. Alleen wie zijn seksuele gevoelens kan beheersen, is er echt klaar voor om ze te bevredigen. Je kunt er pas ‘ja’ tegen zeggen als je ook in staat bent om – als het moet – ‘nee’ te zeggen.

 

2. 'Seks is een recht voor iedereen'

Seks is een recht voor iedereen – Dit is tegenwoordig een zeer wijd verspreid misverstand. Elk mens, zo wordt gedacht, heeft fundamentele levensbehoeften waaraan voldaan moet worden om goed te kunnen leven: voedsel, kleding, onderdak en… seks. Maar ook dat is niet waar. Seks is geen recht voor iedereen, maar een gave die God aan sommige (de meeste) mensen wel geeft en aan sommige niet. Dat laatste is misschien jammer, maar je gaat er niet dood aan.

 

3. 'Zolang je er niemand kwaad mee doet, is het goed'

Zolang je er niemand kwaad mee doet, is het goed – De belangrijkste norm die veel mensen hanteren als het gaat om seks, is dat je goed voor jezelf en de ander zorgt. Het mag alleen met wederzijdse instemming en je mag er niemand kwaad mee doen. Vergeten wordt dat God er óók mee te maken heeft. Seks die voldoet aan de wereldse norm, kan toch fout zijn omdat Gods normen overtreden worden.

 ’t Is maar dat je het weet. Laat je niks wijsmaken; en geniet des te meer van je seksualiteit.

 Herman van Wijngaarden, uit werkboek catechesemethode Follow Me Next ‘Brandende kwesties’ (HGJB)
29-08-2025

Is porno een homo-probleem?

Is porno een homo-probleem?

Hart van homo´s logo

Is porno een homo-probleem?

Is porno een homo-probleem?

Soms is het een verslaving

Als je homo bent, loop je dan een groter risico om porno te kijken dan wanneer je hetero bent? Veel mensen zijn geneigd die vraag met ‘ja’ te beantwoorden.

Het kan zelfs zo zijn dat ze ervan uitgaan dat elke homo porno kijkt. Homoseksualiteit is tenslotte een ‘ongezonde’ beleving van seksualiteit, dus de stap naar porno is dan snel gezet. Zo ongeveer wordt er gedacht.

Aan porno kun je natuurlijk heel makkelijk komen, dat geldt net zo goed voor homo- als voor heteroporno. Het gebruik daarvan is dan ook wijdverbreid. Van mannen wordt zelfs gezegd: ‘96% kijkt porno en de overige 4% liegt.’ Als dat waar zou zijn, is de vraag boven dit artikel al overbodig: natúúrlijk kijkt elke homo naar porno.

 

Niet elke homo

Daarom moeten we eerst maar een misverstand uit de weg ruimen. Het is beslist niet zo dat elke man porno kijkt. Uit onderzoek blijkt dat van de jongens van 14 tot en met 18 jaar 50% wekelijks of vaker porno kijkt (bij meisjes is dat 5%). Dat is helaas erg veel, maar de helft doet het dus níet. Percentages die rond dit onderwerp genoemd worden van 80% of hoger, gaan meestal over de vraag of men bijvoorbeeld ‘de afgelopen zes maanden’ porno heeft gezien. Dat dat voor het overgrote deel van de jongens/mannen geldt, kan waar zijn. Maar dat betekent niet dat ze er ook een gewoonte van maken om porno te kijken. ‘Slechts’ (het is nog steeds erg veel) een derde van de christelijke jongeren geeft aan dat porno een verslavende gewoonte voor hen is.
Kortom, porno moet niet. Het is mogelijk om zonder porno door het leven te gaan.

Ook voor homo’s? Jazeker, ook als homo ben je niet automatisch veroordeeld tot het kijken van porno. Homo’s lijken het wel iets vaker te doen dan hetero’s, maar het is de vraag of dat komt door het homo-zijn op zich, zo van: ‘Het is gegeven met je homo-zijn, je kunt niet anders.’  Mogelijk komt het hogere pornogebruik onder andere doordat homo’s geneigd zijn zichzelf  ‘vrij’ te vechten, waardoor ook de drempel naar porno lager wordt. Seks is voor veel homo’s een grote verworvenheid.

 

Gevoelens van eenzaamheid

In christelijke kringen kan er nog een andere reden zijn waardoor je als homo een groter risico loopt om pornokijker te worden. Misschien ben jij zelf iemand voor wie dat geldt. Pornogebruik heeft namelijk vaak als achtergrond gevoelens van eenzaamheid, stress en angst. Juist als christelijke homo kun je daar last van hebben. Je durft je homoseksuele gevoelens met niemand te bespreken, en je bent bang voor veroordeling. De pijn die dat met zich meebrengt, kan zo sterk zijn dat ze vraagt om een pijnstiller. Porno kan zo’n pijnstiller zijn. Het vervult (tijdelijk) de behoefte aan ontspanning, of gewoon aan een lekker gevoel, als een vlucht uit de moeilijke werkelijkheid. Er is bovendien heel makkelijk aan te komen.
Als jij je hierin herkent, ben je niet de enige.

In het artikel Porno, hoe kom je ervan af? gaan we er dieper op in hoe je pornogebruik kunt voorkomen of stoppen. Eén ding noemen we hier alvast: voor een homo is het belangrijk dat hij zoekt naar mogelijkheden om de eenzaamheid rond zijn homo-zijn op te lossen. Praten over je homo-zijn is een belangrijke remedie, omdat het een betere pijnstiller is!

 

Bemoediging

Ten slotte een bemoediging en een vermaning. De bemoediging is dat homo-porno geen grotere zonde is dan hetero-porno. Het ervan afkomen is ook niet moeilijker dan het geval is bij heteroporno, want het werkt hetzelfde.. Dat betekent dat je er in principe een goed gesprek over kunt voeren met heterovrienden die óók porno kijken. Je zit helaas in hetzelfde schuitje en er is geen reden om je méér schuldig te voelen dan zij. Je hebt hetzelfde probleem en in de basis is ook de oplossing dezelfde.

De vermaning is dat je aan je homo-zijn geen excuus kunt ontlenen, alsof het een verzachtende omstandigheid is. Sommige christenhomo’s denken dat. Omdat ze het als homo extra moeilijk hebben, kunnen ze er zogenaamd ‘weinig aan doen’ dat ze wel eens de mist in gaan. Dat is dus niet zo. Ook als homo ben je helemaal verantwoordelijk voor hoe je met je seksuele gevoelens omgaat. Je kunt er verkeerd mee omgaan… maar ook goed. Dat laatste is de  opdracht voor elke christen!

Herman van Wijngaarden
18 juli 2025

 

Porno, hoe kom je ervan af?

Porno, hoe kom je ervan af?

Hart van homo´s logo

Porno, hoe kom je ervan af?

Porno, hoe kom je ervan af?

Focus meer op God dan op je zonde

Porno is niet goed voor je. Het staat tussen God en jou in, en het belemmert je in je groei – juist ook als homo. Daarom zeven tips om van de porno af te komen.

 

1. Accepteer je verantwoordelijkheid

Het begint met het accepteren van de verantwoordelijkheid om op een goede manier met je homoseksuele gevoelens om te gaan. Niet elke christen-homo doet dat. Sommigen hebben de neiging om zichzelf vooral als slachtoffer te zien. Ze hebben er tenslotte niet om gevraagd om homo te zijn, het is hen overkomen. Als iemand daarvoor verantwoordelijk is, zo denken ze, dan is het God. Als Hij wil dat je geen homoseks hebt, moet Hij er ook maar voor zorgen dat je dat kunt. Dat is dus het afschuiven van de verantwoordelijkheid. Maar zo werkt het niet. Het is waar dat het je zonder God niet lukt, maar we kunnen de verantwoordelijkheid voor onze fouten en zonden nooit op Hem afschuiven.

Bij andere homoseksuele jongeren ligt het probleem nog ergens anders: ze willen of durven niet eens te erkennen dát ze homo zijn. Gevolg daarvan is dat ze hun homoseksuele gevoelens zoveel mogelijk op een afstand houden. Ze proberen voortdurend te doen alsof hun gevoelens er niet zijn, of alsof die gevoelens niet echt bij hen horen. Dat lijkt misschien een goede oplossing, maar het gevolg is dat ze die gevoelens ook niet onder controle kunnen houden.

Je hebt het nodig om te kunnen zeggen: ‘Oké, ik ben dus homo. Ik was het liever niet geweest, maar nu het zo is, accepteer ik dat deze gevoelens bij me horen en wil ik er op een verantwoorde manier mee omgaan.’ In mijn boekje Oké, ik ben dus homo geef ik dan ook het advies om in het licht te komen met je homo-zijn. Ik geef daaruit het volgende citaat.

 ‘Dat is lastig: met je homo-zijn in het licht komen. Je kunt geneigd zijn om het liever maar verborgen te houden, voor jezelf en anderen. Net doen of het er niet is. Maar wat er dan vaak gebeurt, is dat je het wegstopt in de duistere plekjes van je hart: die van schaamte en het schuldgevoel. Dat lijkt veilig, maar juist omdat je er niet bewust aandacht aan besteedt, krijgt het de kans om zijn eigen wegen te gaan. En dat zijn vaak juist de duistere wegen, waar je geen controle over hebt’ (p. 15).

 

2. Praat over je homo-zijn

Porno heeft vaak te maken met een gevoel van eenzaamheid. Eenzaamheid is ten diepste dat je niet gekend bent. Als jij homo bent en niemand anders weet daarvan, dan is dat precies wat je bent: eenzaam. Mensen kennen je niet zoals je bent, want dat durf je niet met ze te delen. Je loopt voortdurend met een heteromasker op. In het begin gaat dat misschien nog wel, maar het wordt steeds moeilijker.

De pijn daarvan – want het doet pijn als je niet jezelf kunt zijn – kun je verzachten door even te ‘genieten’ van porno, maar uiteindelijk helpt dat niet. Integendeel, het maakt het alleen maar erger, omdat het je ook nog opzadelt met een schuldgevoel. Ook daarover durf je met niemand te praten, waardoor je je nog eenzamer voelt, waardoor… enz.

Hoe moeilijk het ook kan lijken (meestal valt het erg mee), probeer dus met een paar vertrouwde mensen te delen dat je homo bent. Gooi het open en ervaar dat ze nog steeds van je houden en dat ze je zullen steunen in jouw strijd. Denk er goed over na wie je in vertrouwen gaat nemen, zodat de kans op een teleurstelling zo goed als uitgesloten is. Het maakt de pijn van jouw eenzaamheid minder, en daarmee ook de drang naar porno.

 

3. Praat over porno

Het is jammer dat we in de kerk vaak zo moeilijk praten over onze kwetsbaarheden. We doen  alsof we nergens last van hebben en ondertussen worstelen we in eenzaamheid met onze zwakheden en zonden. Porno is één van de vele onderwerpen waarvoor dat geldt. Ik denk dat het een tactiek van satan is om dat zo te laten. Hoe langer je in je eentje vecht met je pornogebruik, hoe liever hij het heeft. Want het houdt je gevangen in een cirkel van schuldgevoelens, wanhoop en schaamte. Het wordt een macht die je eronder houdt.

Openheid kan die macht doorbreken. Het laat zien dat je niet bang meer bent voor de macht van veroordeling en schaamte. Je mag geloven dat niets je kan scheiden van de liefde van Christus – geen krachten of diepten, niks – en dat je meer dan overwinnaar bent door Hem Die jou heeft liefgehad (Rom. 8::37-39). Niet dat de porno dan opeens overwonnen is, maar er op deze manier over denken en praten, maakt je enorm veel sterker in de strijd.

Het mooiste zou zijn als je een soort accountability-relatie kunt aangaan met een paar vrienden die dezelfde strijd kennen. Want (helaas of gelukkig) dit soort lotgenoten zullen er zijn! Je bent echt niet de enige die hiermee worstelt. Oké, het vraagt misschien moed om het open te gooien. Iemand moet de eerste zijn die durft te zeggen: ‘Jongens, ik wil erover praten hoe je los kunt komen of blijven van porno, wie doet er mee?’ Vraag elkaar met enige regelmaat naar overwinningen en nederlagen. Bemoedig en vermaan elkaar! Daar gaat enorm veel kracht vanuit.

 

4. Vermijd verleidingen

Je verantwoordelijkheid nemen, betekent onder andere dat je in kaart brengt – eventueel met lotgenoten – waar voor jou de verleidingen zitten. Wat triggert voor jou verkeerde verlangens naar seksuele bevrediging? Dat hoeven op zichzelf geen foute dingen te zijn. Er zijn bijvoorbeeld mode- en sportbladen voor mannen die niet bedoeld zijn om homo’s seksueel te prikkelen. Toch kan het zijn dat de foto’s van de mannen die erin staan voor jou wél zo werken.

Op zich is het geen zonde om te kijken naar de foto van een mooie man die de nieuwste collectie zwembroeken showt. Maar als het jouw seksuele gevoelens prikkelt, zou het zomaar kunnen zijn dat de stap naar porno des te makkelijker gezet wordt. Als dat voor jou (soms) zo werkt, kies dan voor de veilige weg en laat deze bladen links liggen.

Ik vraag me wel eens af of christelijke homojongeren hierin niet consequenter moeten zijn. Ze zeggen dat ze geen homoseksuele relatie willen, maar ze kijken wel graag naar films die over  zo’n relatie gaan. Ze genieten dus van een verhaal waarin wordt uitgebeeld wat ze zelf niet kunnen (en willen?) beleven. Het lijkt me dat je daarvan óf gefrustreerd wordt of getriggerd. In beide gevallen wordt de drempel naar porno lager. Misschien ook niet, maar waarom kijk je dan wél naar zo’n film?

 

5. Focus op God

In een artikel op Refoweb wijst Wilbert Weerd erop dat je niet te veel energie moet stoppen in het strijden tegen de porno. Strijden tegen de zonde kan namelijk heel erg op jezelf gericht zijn, alsof je daarmee Gods gunst kunt verdienen. Je kent dat wel: de score bijhouden van hoe lang je al zonder porno hebt geleefd. ‘Ik heb het al een maand niet gedaan!’ Dat kan iets heel krampachtigs worden. Voor je het weet, ben je meer bezig met de strijd tegen het negatieve, dan met de strijd voor het positieve. Wat is dat positieve? Dit: de liefde die God voor jou heeft en jouw verlangen om tot Zijn eer te leven.

De strijd tegen seksuele zonden kan alleen overwonnen worden door iets dat groter en bevredigender is dan dat. Wat je nodig hebt, is dat je je gekend en geliefd weet. Daarom is het ook zo belangrijk dat je jezelf  laat kennen en liefhebben door mensen – jezelf inclusief je zwakheden en zonden. Nog méér geldt dat voor je relatie met God. Het klinkt misschien wat simpel, maar je laten overweldigen door Gods liefde werkt beter dan steeds maar weer bezig zijn met je strijd tegen de porno.

Natuurlijk kun je daarvoor niet zomaar de knop van je hart omzetten – was het maar zo. Maar je kunt je er wel op richten. Laat je voeden door het lezen van Gods Woord, door preken, door gesprekken over het geloof, door christelijke liederen. Laat dát je focus zijn, niet je strijd tegen de porno.

 

6. Blijf ervoor gaan

Ondertussen is de kans groot dat je na vandaag opnieuw porno zult kijken. Dat hoeft niet, maar je zult de eerste niet zijn die al twintig keer aan God beloofd heeft ‘nooit meer porno te zullen kijken’ en vervolgens voor de 21e keer voor de bijl gaat… (of vaker). Je vindt jezelf ontzettend hypocriet. Hoe moet je daarmee omgaan?

In het Doopformulier dat gelezen wordt in kerken uit de gereformeerde traditie, staat hierover een prachtige zin: ‘Wanneer wij soms uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet twijfelen, en ook niet in de zonde blijven liggen. De doop is immers een zegen en ontwijfelbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond der genade met God hebben.’

Zelf maak ik daar in gedachten altijd van: ‘Als wij vaak uit zwakheid in zonden vallen…’ Want deze waarheid hebben we zó vaak nodig in ons leven, omdat we zó vaak in dezelfde zonden vallen – of het nu pornokijken is, of roddelen, of wat dan ook. Het enige wat we kunnen doen als dat wéér gebeurt, is als een onwaardige zondaar naar de troon van de genade gaan (Hebr. 4:16) om daar voor de zoveelste keer vergeving te vragen en te ontvangen.

Maar het Doopformulier zegt er nog iets bij, namelijk dat we ook niet in de zonde mogen blijven liggen. Volgens mij betekent dat niet dat we moeten beloven dat we het nooit meer zullen doen. Want dat kunnen we niet waar maken. Wat we moeten beloven, is dat we tegen de zonde zullen blijven strijden, zelfs (of juist) als we hierbij de ene nederlaag na de andere lijden.

Dat leidt tot een soort vreemde, maar heilzame, spanning in het leven van een christen. Want er zijn twee dingen die je nóóit moet doen: 1. twijfelen aan Gods genade, ook niet als je dezelfde zonde voor de zoveelste keer doet; en 2. het gewoon vinden dat je dezelfde zonde steeds weer doet en het er dus maar bij laten (‘want God vergeeft wel’). Zodra je bij jezelf iets bespeurt van de tweede gedachte, is dat een teken dat je Gods genade aan het verspelen bent. Maar als je bij jezelf iets bespeurt van de eerste gedachte, zit je net zo goed op een verkeerd spoor. Een christen doet deze twee dingen tegelijk: vertrouwen op Gods genade én strijden tegen de zonde. Je blijft ervoor gaan!

 

7. Zoek eventueel hulp

Porno kan iets zijn waar je zomaar niet van afkomt. Het kan daarom nodig zijn om er professionele hulp bij te zoeken. Misschien kan je predikant, een ouderling of iemand van het pastorale team van je gemeente erbij helpen. Het is ook geen schande als je gebruik maakt van de expertise van een therapeut. Kijk bijvoorbeeld op www.vrijvanporno.nl van Wilbert Weerd.

Herman van Wijngaarden
19 juli 2025

Niks mis met (on) getrouwd zijn

Niks mis met (on) getrouwd zijn

Hart van homo´s logo

Niks mis met (on) getrouwd zijn

Niks mis met (on) getrouwd zijn

Paulus in 1 Korinthe 7

In principe is er niks mis met seks of getrouwd zijn. Het is een gave van God. Toch zegt de apostel Paulus in 1 Korinthe 7 dat het ‘goed’ is om geen seksuele relatie aan te gaan (in bijbelse taal: niet te trouwen). Rare man, toch, die Paulus…
1 Korinthe 7 is moeilijk te begrijpen, zeker voor een kerk die ervan uitgaat dat in principe iedereen trouwt. Voeg daarbij de gedachte dat seks onmisbaar is (wat tegenwoordig luid verkondigd wordt) en je kunt snel de indruk krijgen dat Paulus een boodschap brengt die op z’n minst niet doorsnee is.

Nogal ‘dubbel’
Nu moet je wat Paulus in dit gedeelte over het huwelijk en over seksualiteit schrijft, lezen tegen de specifieke achtergrond van hoe men er in de gemeente van Korinthe over dacht. Dat was nogal ‘dubbel’.

In het kort kwam het erop neer dat ‘geloof’ en ‘seks’ twee verschillende werelden waren die niet konden samengaan. ‘Geloof is van de Geest en seks is van het vlees.’ Die gedachte uitte zich op twee heel verschillende manieren.

Aan de ene kant vonden ze het huwelijk iets minderwaardigs, iets van het vlees met al zijn hartstochten. Eigenlijk kon je als man dus maar beter ongetrouwd blijven en geen vrouw aanraken (vers 1). Gevolg was dat veel christenen die als heiden tot bekering waren gekomen, hun huwelijk niet in ere hielden (niet meer samenleefden).

Minder belangrijk?
Tegelijkertijd ontstond er – aan de andere kant – een praktijk dat sommigen de seksualiteit dan maar buiten het huwelijk gingen halen: bij de hoeren. Zo van: binnen de invloedssfeer van de gemeente (de Geest) kun je er niet meer aan doen, maar hoe je er daarbuiten mee omgaat, doet er niet zoveel toe – dat is toch maar het terrein van het vlees en dus minder belangrijk.

Paulus kijkt er heel anders naar. Geloof en seks zijn niet twee gescheiden werelden. Tenminste, dat horen ze niet te zijn. Hoe moet je seks dan als christen waarderen? Uit 1 Korinthe 7 kun je drie belangrijke statements halen.

1. Seks is goed

Om te beginnen moet duidelijk zijn dat Paulus op zich niks tegen seks heeft. Mensen die getrouwd zijn, beveelt hij zelfs aan om er (binnen hun huwelijk!) zonder negatieve gevoelens van te genieten. In de gemeente van Korinthe waren er mensen die vonden dat seksuele gemeenschap iets ongeestelijks was, maar in die gedachtegang gaat Paulus dus niet mee. Voor mensen die getrouwd zijn, is seks goed.

2. Ongetrouwd zijn is ook goed

Paulus gaat een beetje mee met de christenen in Korinthe. Hij is het met hen eens dat ongetrouwd zijn óók goed is. Niet omdat er wat mis is met seksualiteit (wat de Korinthiërs dachten), maar gewoon omdat het huwelijk niet alléén ‘zaligmakend’ is. God roept sommige mensen tot het huwelijk en andere niet.

Verderop in 1 Korinthe 7 blijkt dat die tweede groep volgens Paulus op een bepaalde manier zelfs een streepje voor heeft: zij kunnen zich des te meer richten op de dienst aan God (vers 32)!

3. Je kunt leven zonder seks

Van mensen die ongetrouwd blijven, wordt vaak gedacht dat het mensen (moeten) zijn die niet zoveel behoefte aan seks hebben. Wat er ook waar is van die gedachte, het is níet wat Paulus in 1 Korinthe 7 zegt. Volgens Paulus is het gewoon goed om geen seks te hebben (‘geen vrouw aan te raken’, vers 1).

Dat is niet in de eerste plaats een kwestie van een behoefte die je wel of niet hebt, maar van een roeping die je wel of niet krijgt (zie het vervolg van 1 Kor. 7). Natuurlijk weet Paulus best dat seksuele gevoelens sterk kunnen zijn. Maar voor hem is dat nooit een excuus voor een bepaald gedrag. Integendeel, voor mensen die niet (kunnen of willen) trouwen, is er maar één weg met hun seksualiteit: onthouding.

Mag je jezelf bevredigen?

Mag je jezelf bevredigen?

Hart van homo´s logo

Mag je jezelf bevredigen?

Mag je jezelf bevredigen?

Je bent je hormonen niet kwijt

Stel dat je er als christen-homo voor kiest om geen seksuele relatie aan te gaan. Daarmee ben je je hormonen natuurlijk niet kwijt… Je lichaam vraagt er gewoon om om seksueel bevredigd te worden. Mag je jezelf dan bevredigen?

door Herman van Wijngaarden

In de Bijbel wordt nergens rechtstreeks over zelfbevrediging gesproken. In Genesis 38:1-10 gaat het er wel over, maar daar is het probleem niet de zelfbevrediging op zich. Wat God Onan kwalijk nam, is dat hij zijn zaad verspilde en geen kinderen wilde verwekken.

Indirect heeft de Bijbel er natuurlijk wél wat over te zeggen. Het gebod om seksueel rein te leven, heeft ook alles te maken met zelfbevrediging. De vraag is dus: hoe rein of onrein is zelfbevrediging?

Daarbij wil ik allereerst opmerken dat hier volgens mij het homo- of hetero-zijn geen principieel verschil maakt. Een ongetrouwde hetero staat wat dit betreft voor dezelfde vraag als zijn of haar homoseksuele ‘lotgenoot’. Wat voor de een geldt, geldt ook voor de ander. Beiden kunnen hun seksualiteit niet uiten in een seksuele relatie en voor allebei gelden dezelfde principiële grenzen. Ze zouden hierover dus heel goed met elkaar in gesprek kunnen gaan, als ze dat durven: hoe doe jij dat nou? Het is jammer dat dat nauwelijks gebeurt. Het is een beetje een taboe-onderwerp.

Kan het anders?

Er zijn ongetrouwde christenen die vinden dat ze zichzelf niet seksueel mogen bevredigen, omdat het per definitie gepaard gaat met seksuele fantasieën. Als dat zo is, is dat inderdaad een probleem, want dat lijkt op ‘naar iemand kijken om hem/haar te begeren’, wat Jezus verboden heeft (Matth. 5:28). En dus vechten ze ervoor om de zelfbevrediging uit te bannen. Sommigen lukt dat, anderen lijden hier de ene nederlaag na de andere: ‘Als het meezit, lukt het me twee weken om het niet te doen, langer heb ik het nog nooit volgehouden. Dan voel ik me weer heel schuldig.’

Kan het ook anders? Tiemen Westerduin en Ilonka Terlouw schrijven over dit onderwerp ook in hun boek Geloven in seks (uitg. Jes! – Zoetermeer, 2010). Ze hebben het dan over ongetrouwde hetero’s, maar je kunt hetzelfde zeggen voor homo’s. Volgens Tiemen en Ilonka mag je ernaar streven ‘dat als je jezelf bevredigt, je dat doet zonder je over te geven aan allerlei fantasieën. Beheers je gedachten wanneer je aan zelfbevrediging doet. Misschien klinkt je dat vreemd in de oren. Je denkt dat het onmogelijk is. Maar het kán! Je kunt je gedachten richten op wat je voelt, op je lichaam en wat daarmee gebeurt. En dat hoeft zeker niet onprettig te zijn!’ (pag. 135).

Stotige bok

Voor een ongetrouwde christen is er dus ruimte om zichzelf te bevredigen. Nu zullen er christen-homo’s zijn die zeggen: ‘Op deze manier, zonder seksuele fantasieën, gaat mij dat nooit lukken, dus ik blijf er liever voor vechten er helemaal mee te stoppen.’ Dat kan! Het is ook niet makkelijk om er op deze manier mee om te gaan. Misschien is het zelfs moeilijker, omdat een principieel ‘nee’ duidelijker is. Wie er niet (meer) naar streeft te stoppen met zelfbevrediging, neemt daarmee de uitdaging op zich om er op een verantwoorde manier mee om te gaan. Dat is lastig, omdat er dan geen duidelijke regels te geven zijn. Het is je eigen verantwoordelijkheid.

Toch zou uiteindelijk wel eens veel ‘effectiever’ kunnen zijn. De meeste jongeren die ervoor vechten om zichzelf niet te bevredigen, slagen daar niet in. Het enige wat hen dat oplevert, is: frustratie op frustratie. En niet zelden leidt dat juist tot wat ze niet willen: verslaving aan zelfbevrediging. Hoe raar het ook klinkt, misschien is hier het volgende gezegde wel van toepassing: ‘een stotige bok kun je ’t beste maar tegen je aandrukken’. Iets wat lastig is (een wilde, stotige bok) zijn we geneigd op een afstand te houden. Maar juist dan doet die ‘bok’ wat hij zelf wil en kun je hem niet onder controle houden. Pas als je hem tegen je aandrukt (dicht bij jezelf houdt) slaag je erin om er de baas over te zijn. Vandaar: houd zelfbevrediging niet op een afstand, maar zorg dat je er de baas over bent. Uiteindelijk kun je er dan vrij ontspannen mee omgaan.

Een paar tips

Verslaafd zijn aan zelfbevrediging is niet goed. En ook onreine fantasieën moet je zien te vermijden. Vanuit die twee stelregels geeft Jordy Kroon in Jongens met lef – Gods uitdaging voor jou vijf tips, ‘zodat je scherp naar je eigen praktijk van zelfbevrediging kunt kijken’ (pag. 121). Ik geef ze graag door.

  1. Ik zei al: we worden erg geprikkeld door wat we zien. Als je de drang hebt om jezelf te bevredigen, vraag jezelf dan eens af: waar komt dit verlangen vandaan? Komt dit doordat ik me deze dag heb gevuld met allerlei seksueel getinte plaatjes, gedachten, et cetera. Of is het een natuurlijk verlangen van mijn lichaam?
  2. Ik geloof dat zelfbevrediging mogelijk is zonder fantasieën over een vrouw [of jongen – HvW]. Je kunt je gedachten richten op wat je voelt, op je lichaam en wat daarmee gebeurt. Zorg dat je jezelf traint om geen onreine gedachten te hebben tijdens het bevredigen.
  3. Zorg ervoor dat je geest de baas is over je lichaam. Ik bedoel hiermee dat je sterk genoeg bent om ‘nee’ te zeggen als je lichaam schreeuwt om zelfbevrediging. Anders word je een slaaf van je eigen lichaam.
  4. Stel jezelf geen te hoge eisen. Als je het nu doet zodra je er zin in hebt, misschien wel meerdere keren per dag, spreek dan met jezelf af dat je het voortaan één keer per dag doet (en dan ‘mag’ het ook). Als je dat lukt, probeer het dan te verminderen naar één keer per twee dagen, en ten slotte misschien naar één of twee keer per week. [-]
  5. Durf God te betrekken bij je lichamelijke verlangens. Bespreek zelfbevrediging met Hem. Zo betrek je God door je hele leven heen, ook op seksueel gebied.

Dit artikel is een gedeelte uit hoofdstuk 5 van het boekje ‘Oké, ik ben dus homo’ van Herman van Wijngaarden.

Gave van de onthouding?

Gave van de onthouding?

Hart van homo´s logo

Gave van de onthouding?

Gave van de onthouding?

Of is het een opgave...?

Hoe kun je ervoor kiezen geen seksuele relatie aan te gaan als je niet de gave van de onthouding hebt? Dat is een vraag die nogal eens bovenkomt als het binnen de kerk gaat over homoseksualiteit.

door Herman van Wijngaarden

Laten we duidelijk zijn: het is niet makkelijk om door het leven te gaan zonder seksuele relatie. Mag en kan je dat wel van jezelf vragen? Het antwoord daarop moet ieder natuurlijk voor zichzelf geven. Wat ik hier aan de orde wil stellen is alleen of de ‘gave van de onthouding’ daar wel iets mee te maken heeft.

Gave van God

Er wordt wel gezegd dat sommige mensen geen behoefte hebben aan een seksuele relatie. Omdat zij de zogenaamde ‘gave van onthouding’ hebben, kunnen ze als ongetrouwde door het leven gaan.

Deze gedachte is vooral gebaseerd op 1 Korinthe 7:7, waar de apostel Paulus zegt: ‘Want ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf [namelijk ongehuwd], maar iedereen heeft zijn eigen genadegave van God, de één op deze wijze, de ander op die wijze.’

Maar als je dit vers goed leest, zie je dat Paulus de uitdrukking ‘gave van onthouding’ helemaal niet gebruikt. Hij vergelijkt alleen de positie van de getrouwden met die van de ongetrouwden. Je hebt de gave van het getrouwd-zijn én de gave van het ongetrouwd-zijn. In welke positie je je ook bevindt, het is een gave van God.

Niet beheersen

De meeste ongetrouwde mensen hebben ondertussen wel degelijk seksuele gevoelens die ze het liefst bevredigd zien in een relatie. Ik ben zelf in ieder geval nog geen enkele single tegengekomen die van zichzelf zegt: ‘Gelukkig heb ik ook niet zoveel behoefte aan seks.’ Seksuele onthouding is voor hen vooral een opgave.

Dat is dan ook precies waar Paulus het in 1 Korinthe 7 over heeft. Hij presenteert seksuele onthouding niet in de eerste plaats als een gave (hoewel je het zo kunt leren zien), maar als een opgave – een opdracht voor mensen die niet (kunnen of willen) trouwen.

Als je seks wilt, moet je trouwen. Ben je niet getrouwd, dan moet je je onthouden. Dat is letterlijk wat er staat in het beroemde vers 9: ‘Als zij [de ongetrouwden] zich niet beheersen, laten zij dan trouwen, want het is beter te trouwen dan te branden.’

Over dat vers zijn al heel wat mensen gestruikeld, omdat ze er iets in lezen wat er niet staat. Of beter: wat de meeste bijbelvertalingen ervan gemaakt hebben. Zelfs de HSV heeft ervoor gekozen om in deze teksten woorden toe te voegen die er in het Grieks niet staan. Hieronder staan ze vetgedrukt.

‘Als zij zich niet kunnen beheersen, laten zij dan trouwen, want het is beter te trouwen dan van begeerte te branden.’

Het woord kunnen staat er in het Grieks niet. Logisch, want Paulus heeft het in 1 Korinthe 7 niet over mensen die zich niet kunnen beheersen, maar over mensen die zich niet willen beheersen. Daarvan zegt hij: ‘Als je je niet wilt beheersen, moet je trouwen. Wil (of kan) je niet trouwen, dan moet je je beheersen.’

Maar heb je dan niet het probleem dat je van begeerte zult branden? Misschien wel, maar Paulus heeft het daar in deze tekst niet over. Hij zegt helemaal niet dat je van begeerte zult branden, ook die woorden staan er in het Grieks niet. Hij zegt: je zult branden, namelijk aan het vuur van Gods gericht.

In de praktijk
Ik geef toe: het is een beetje een theoretisch verhaal. Hoe het in de praktijk werkt, kan een heel ander verhaal zijn. Juist omdat er volgens mij geen ‘gave van de onthouding’ bestaat. Paulus heeft het er in ieder geval niet over. Wel over de opgave van de onthouding…