Hart van homo´s logo
Hart van homo´s logo

‘Wat de kerk nodig heeft’

‘Wat de kerk nodig heeft’

Waarom zou Lukas lid blijven van deze gemeente?

Lezing van ds. Willem Jan van de Velde, bestuurslid van Hart van Homo’s, op de studiedag over pastoraat aan homoseksuele gemeenteleden, in samenwerking met de Theologische Universiteit Apeldoorn op 8 mei 2026

Stel je voor dat jij Lukas bent. Lukas is een jongen van 16 jaar oud. Iedere dag gaat hij samen met zijn vrienden op de fiets naar school. Tijdens het fietsen vertellen ze elkaar vaak stoere verhalen, maar praten vaak ook over knappe meisjes. Ze vertellen wat ze dat éne meisje zo mooi vinden, waarom ze graag met haar op date willen. Maar – Lukas gedachten dwalen af – en in gedachten ziet hij die ene jongen uit zijn klas met dat gespierde lichaam en die mooie lach op zijn gezicht. Zijn vrienden praten verder over dat meisje met dat mooie lange golvende haar, maar Lukas vraagt zich af: Waarom kijk ik niet naar meisjes zoals zij dat doen? Hij probeert het weg te duwen, maar steeds weer komt die gedachte in hem op: Hij zal toch geen homo zijn?

Maar als hij daar over nadenkt… dan krijgt hij zoveel vragen… Wat zouden zijn ouders er van vinden? Wat zouden zijn vrienden er van vinden? En wat zou de HEERE God er eigenlijk van vinden? Die Bijbelteksten over homoseksualiteit – die heeft hij al wel eens gegoogeld – maar gaan die over hem? Of gaan die ergens anders over?

Is de kerk dan een plek waar Lukas terecht kan met zijn vragen, twijfels, onzekerheid? Als leden van de kerk zeggen we dan heel snel: Natuurlijk is de kerk een plek waar je terecht kunt! Maar weet je zeker dat Lukas ál zijn vragen durft te bespreken met zijn dominee of jeugdouderling? En hoe kom je daar dan bij?

We zijn hier, omdat we verlangen naar een kerk waar jongeren met homo-gevoelens zeggen: “Hier wil ik zijn!” We zijn hier omdat we verlangen naar een gemeente waar jongeren – zoals Lukas – naar toe gaan met hun vragen en worstelingen. We willen een predikant, ouderling of gemeentelid zijn waar jongeren zoals Lukas aankloppen voor een goed gesprek.

Máár wat is er nodig om zo’n kerk te zijn? Wat is er nodig om op zo’n manier kerk te zijn dat we homo’s niet langer verliezen, maar liefdevol vasthouden? Nee, sterker nog, waar homo’s niet stilletjes aan de zijlijn staan, maar juist volop zijn ingeschakeld.

Als homo, christen en predikant wil ik een aantal gedachten delen en vragen stellen die uitnodigen tot bezinning. Mijn hoop is dat deze lezing bijdraagt aan een klimaat binnen de kerk waardoor jongeren zoals Lukas zich geliefd, gezien en thuis voelen in hun kerk.

 

  1. Oog voor de veiligheid
  2. Oog voor de verscheidenheid
  3. Oog voor de single’s (en daardoor ook vriendschap)
  4. Oog voor de heiligheid

1. Oog voor veiligheid

Is het nodig? (probleemstelling)
Het eerste punt dat ik wil maken is dat de kerk ‘veilig’ moet zijn voor jongeren als Lukas. En dat klinkt heel als een opendeur. Natuurlijk moet de kerk veilig zijn voor homo’s! Maar toch… Als 3 à 4 procent van de bevolking homoseksuele gevoelens heeft, moeten er in iedere gemeente toch enkele homo’s zijn.[1] Hoe komt het dat een groot deel van de homo’s niet uit de kast durft te komen of in stilte via de achterdeur vertrekken. Kan de kerk voor veel homo’s onveilig aanvoelen? Ik ben bang van wel.

  • Zoals een celibatair levende homo onlangs tegen me zei: ‘Ik vertel liever in mijn seculiere werkomgeving dat ik homo ben, dan in mijn kerk. De wereld is veel inclusiever dan de kerk…’[2]
  • Ik denk aan een ouderling – ook celibatair levend – die onlangs vertelde dat hij ‘in de kast’ bleef zitten, omdat het voor hem niet veilig genoeg is en hij geen zin meer heeft in vervelende opmerkingen van ouderlingen en predikanten.[3]

De vraag of Lukas – de jongen uit de inleiding – zich veilig voelt in uw kerk moeten we daarom – denk ik – toch niet te snel met ‘ja’ beantwoorden.

Oog voor homo’s (ze zijn er!)
Daarom een vraag. Zou Lukas het idee hebben dat er in zijn gemeente oog is voor homo’s? Valt het woord ‘homo’ of ‘lesbienne’ wel eens in de kerk, de kerkdienst? Of op catechisatie? Het helpt natuurlijk niet als er binnen de kerk wordt gedacht: ‘Homo’s? Die hebben we niet’. Of ‘dat is zo’n moeilijk onderwerp, dat geeft zoveel verdeeldheid, dat negeren we maar’.

Als er nooit over homoseksualiteit gesproken wordt of voor homo’s gebeden wordt, geef je daarmee – misschien onbewust! – een signaal af. Zoiets als: Homo’s zijn onze aandacht, tijd, gebeden niet waard. Dat onderwerp vinden we niet belangrijk genoeg. Dat is waarschijnlijk niet bewust, maar daarmee doen we toch net alsof ze er niet zijn.

Laat daarom als gemeente merken dat je homo’s niet vergeten bent. Zorg ervoor dat het onderwerp besproken wordt op jeugdvereniging of catechisatie, bidt met enige regelmaat voor homo’s tijdens de kerkdienst (en niet alleen tijdens de ‘Gay Pride’ in Amsterdam) of collecteer voor Hart van Homo’s.

Zo laat je – aan mensen als Lukas – weten: dit is een gemeente waar we homo’s niet vergeten, we hebben oog voor homo’s.

Oog voor gebrokenheid
En dan wil ik graag een stapje verder. Want waar moeten we dan precies oog voor hebben? Niet alles homo’s zijn altijd aan het tobben, worstelen of dragen met verdriet hun kruis. Er zijn ook homo’s die er oké mee zijn, hun zegeningen tellen en vrolijk hun kruis dragen. Maar na die opmerking wil ik u toch uitdagen: ‘heb oog voor hun gebrokenheid’.

Heb óók oog voor het eventuele gemis van een echtgenoot, seksualiteit, kinderen, kleinkinderen en de rest.[4] Laat maar merken dat je oog hebt voor alles wat ze hebben of missen, met al hun vreugde en verdriet, geloof, twijfel en ongeloof en al hun gebrokenheid. Laat maar merken dat daar over gesproken kan worden, voor gebeden kan worden, dat daar ruimte voor is.[5] En dat er zelfs ruimte is om te praten over homoseksuele zonden, niet omdat je ze goed keurt, zonde blijft zonde, maar wel dat daar schuld over beleden kan worden. Dat er ruimte is om hierover te spreken.

Oog voor de worsteling (en de volharding die nodig is)
Hebt u er wel eens over nagedacht wat het verschil is tussen een hetero-single en een homo-single? Vaak – ik weet dat ik generaliseer – komt een hetero single gewoon niemand tegen… Het single zijn overkomt hem of haar… Maar voor een christen-homo is dat niet iets wat hem of haar overkomt, maar is dat een keuze. Een keuze om niet die ene datingsapp te installeren. Een keuze om niet te gaan daten. Een keuze om af te zien van een seksuele relatie of gewoon van seks.

En het is een keuze die vraagt om met volharding om bij die keuze te blijven. Want die keuze kun je ook herzien. En de verleiding om die keuze te herzien is groot… Na grijze, sombere dagen… Na twijfel over de juiste Bijbeluitleg… Na het zien van twee mannen die liefdevol hand in hand over straat lopen… Waarom zou je je keuze niet herzien?

Misschien begrijp je daarom dat veel homo’s in een enorm spanningsveld hebben gezeten: God of de wereld, de kerk of een seksuele relatie. En dat dat spanningsveld soms ook weer terugkomt. Bewust zeg ik het nu wat zwart-wit. Met hun hoofd en hart kunnen ze een keuze maken, maar die keuze kan (later weer) aangevochten worden. Ze kunnen er mee worstelen als ze alleen thuis zijn, als collega’s stevige vragen stellen.

En daarom de vraag: Is er in uw kerk ruimte om te worstelen? Om het soms even niet te weten? Mogen ze hun worstelingen en vragen op tafel leggen, zonder dat er direct een veroordeling klinkt? Zonder dat er meteen een geschrokken gezicht te zien is? Dat vraagt van predikanten, jeugdleiders en ambtsdragers dat ze daar oog voor hebben en luisteren zonder te oordelen. Mogen homo’s in de kerk het met je oneens zijn. Mogen ze in een theologische puberteit belanden? Dat is toch ook niet zo vreemd als misschien wel een groot deel van je toekomstbeeld op de helling komt te staan? Kortom: Heb oog voor hun worsteling. Een worsteling die soms ook terug komt.

Oog voor de hetero’s (opvoeden)
Gelukkig gaan er veel dingen goed in de kerk. Maar soms gaat het ook mis — vaak niet uit onwil, maar uit onwetendheid. Mensen begrijpen elkaar niet altijd, kunnen zich moeilijk inleven en zeggen of doen daardoor soms pijnlijke dingen.

Daarom is het belangrijk dat predikanten en kerkenraden gemeenteleden meenemen in het onderwerp homoseksualiteit. Als 3 à 4% van de Nederlanders homo of lesbisch is, dan is er alle reden om je serieus in dit onderwerp te verdiepen. Maak duidelijk wat je bijbels, theologisch en pastoraal wél en niet kunt zeggen of doen. Hoe mooi zou het zijn als gemeenten daardoor meer begrip krijgen en minder onbedoeld pijn veroorzaken?[6] En fijn dat u hier bent!

 

[1] Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 86.
[2] T
[3] J
[4] Sam Alberry, 7 Myths about Singleness, 126.
[5] ‘De gedachte dat homoseksualiteit een kruis is dat je in stilte moet dragen, leeft nog best wel’ in: Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 95.
[6] Denk aan de ouderling die zei: ‘dat hij maar snel een meisje moest trouwen, want dan zou het vanzelf over gaan’, in: Refoweb | Verdrietig om reacties in kerk op homoseksuele zoon | Refoweb

2. Oog voor verscheidenheid

In het tweede punt van mijn lezing wil ik me wat meer richten op het gemeente-zijn en wil ik vragen om ‘oog te hebben voor de verscheidenheid binnen de gemeente’.

Kerk als lichaam
In het Nieuwe Testament vergelijkt Paulus de kerk met een menselijk lichaam (1 Kor. 12,13; HSV). Een lichaam dat uit heel veel leden bestaat (14). En daarna vergelijkt Paulus gemeenteleden uit Korinthe met ‘voeten, handen, oren en ogen. En Paulus maakt duidelijk: Niemand kan gemist worden. Als iedereen een ‘oor’ zou zijn, zouden we niet kunnen ruiken (17)? En daarom kan niemand gemist worden (21)!

Homo’s kunnen niet gemist worden
En dat is goed nieuws voor gemeenteleden met homo-gevoelens! Ook zij kunnen niet gemist worden! Ook zij zijn een onmisbaar onderdeel van de kerk. Als zij gelovige mensen zijn, dan mogen we er op vertrouwen dat de Heilige Geest ook aan hen gaven en talenten geeft. Hij geeft die gaven en talenten met een reden, namelijk tot opbouw van de gemeente. Heb je er wel eens over nagedacht hoe uw gemeenteleden met homo-gevoelens met hun gaven en talenten uw gemeente op kunnen bouwen?

Geen opgave maar gave
Ik weet dat ik generaliseer, maar homo’s zijn vaak kunstzinnig en creatief en hebben een goed ontwikkelde sociale gevoeligheid. Wat zou het mooi zijn als we de homo’s en lesbiennes in onze gemeente zien en hun gaven en talenten ook zien, waarderen en inzetten. Dan kan een homo of lesbiennes dienstbaar zijn in de gemeente, niet ondanks, maar inclusief het homo-zijn.[1] Dan hoeven ze niet langer stilletjes aan de rand te staan, maar actief in het centrum. Dus laten we dat ook eens tegen onze homo’s zeggen: Je kan ons iets bieden, wat alleen jij kan bieden. We willen je graag inschakelen! Je bent onmisbaar! Zo laten we merken: Je bent geen opgave voor de gemeente, maar een gave, waar we dankbaar voor zijn!

Homo’s als voorbeeld (algemeen en homo’s)
Als homo’s zichtbaar zijn in de gemeente kunnen ze ook een voorbeeld zijn. Een leven waarin ze laten zien: ‘Ik probeer de Heere Jezus te volgen en dat mag me wat kosten’. Een leven waarin ze laten zien: ‘Niet een romantische relatie, niet mijn seksualiteit, maar het Koninkrijk van God is voor mij het belangrijkste’. Dat zullen ze van zichzelf misschien niet zo snel zeggen. En dat is misschien maar goed ook. Maar besef dat gelovige homo’s een rolmodel zijn voor jongeren die ontdekken dat ze homo zijn. En zulke voorbeelden hebben we heel hard nodig. Want voorbeeldfiguren geven herkenning en hoop aan jongeren die zich nu misschien eenzaam voelen bij het ontdekken van hun homoseksuele gevoelens.

 

[1] Herman van Wijngaarden, Oké ik ben dus homo, 124. ‘Juist in kerkenraden met alleen mannen, zouden homo’s vanwege hun homo-zijn wel eens een belangrijke bijdrage kunnen spelen’ in: Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 85. 

 

3. Oog voor singles (en vriendschap)

Correctie
Met het volgende punt wil ik graag uitnodigen om iets te corrigeren. Ik ben namelijk van mening – en veel gelovige homo’s met mij – dat we als kerken te veel ‘gezinnetjes kerken’ zijn geworden. En door de focus op het gezin hebben we misschien wel te weinig positieve aandacht voor singles en de waarde van het single-zijn. We hebben in onze kerken (terecht!) veel aandacht voor het huwelijk en het belang van goede huwelijken, maar (onterecht!) weinig positieve aandacht voor single’s en het belang van goede vriendschappen.

Waarde van singles
Hoe ik daar bij kom? Ik wil jullie graag enkele woorden van de apostel Paulus uit 1 Korinthe 7 onder de aandacht brengen. Want in 1 Korinthe 7 maakt Paulus duidelijk dat zowel het gehuwd-zijn als het ongehuwd-zijn voordelen heeft (1 Kor. 7,6-9). Beiden hebben voordelen, maar toch schrijft hij ook: ‘Ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf’ (7). En schrijft hij als je niet getrouwd bent ‘het is goed voor hen, als zij blijven zoals ik’ (8). En dan geeft hij de motivatie: Zij die niet getrouwd zijn kunnen zich ongehinderd inzetten voor het Koninkrijk van God. Het huwelijk strijdt niet met de toewijding aan de HEERE God, maar het beperkt wel de mogelijkheden.[1] Single-zijn is een voorrecht en dat gunt Paulus aan iedereen! Vanuit de Schrift mogen we dus heel positief denken en spreken over single-zijn. En daarom mijn vraag: Spreken wij net zo positief over single-zijn als Paulus?[2] Door positief te spreken over single-zijn, maken we van het huwelijk minder de norm. Ik denk dat daar niet alleen celibatair levende homo’s maar ook hetero singles erg mee geholpen zijn.

Waarde van vriendschap
Gelukkig zijn er binnen kerken vaak goede vriendschappen te vinden! Tegelijk denk ik dat er in de meeste kerken weinig aandacht is voor het thema vriendschap. Heeft u wel eens een preek gehoord over vriendschap? Of is er in de gemeente wel eens gedankt voor goede vriendschappen?

Terwijl vriendschap zo belangrijk is voor zowel getrouwde als ongetrouwde mensen, voor homo’s en hetero’s. Sterker nog: Wie in de kerk aan homoseksuele gemeenteleden uitlegt dat het op grond van de Schrift uitgesloten is om een homoseksuele relatie aan te gaan, zal des te meer moeten nadenken over de betekenis van vriendschap. Niet omdat vriendschap dan als surrogaat of compensatie kan worden aangeboden, maar vriendschap kan wel iets (intimiteit) bieden waar veel homo’s (en hetero single’s) behoefte aan hebben.[3] Dus om positief af te sluiten, vraag uw predikant eens op zondag te danken en te bidden voor goede vriendschappen.

 

[1] Van Bruggen, Het huwelijk gewogen, 38.
[2] Zoals predikant en auteur Sam Alberry schrijft: ‘Het is voor gemeenteleden goed om voorbeelden te zien van singles die gericht zijn op het Evangelie en op getrouwden die gericht zijn op het Evangelie. Het is een manier die laat zien dat zowel huwelijk als single-zijn een eervolle gave van God is (Sam Alberry, 7 Myths about Singleness, 100). Of zoals Henri Nouwen schreef en door Herman van Wijngaarden is samengevat: ‘de kerk heeft getrouwde mensen nodig om zichzelf eraan te herinneren dat de mens bedoeld is voor relaties; ze heeft ongetrouwden nodig om zichzelf eraan te herinneren dat relaties hun diepste vervulling alleen vinden in God (Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 175).
[3] N.a.v. Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 177.

 

4. Oog voor heiligheid

Inleiding: ‘Iets gemist?
Misschien denk je: Maar moet de kerk jongeren als Lukas dan niet gewoon de Bijbelse waarheid voorhouden? Moet de kerkenraad niet geestelijk leidinggeven? Zeker wel. Maar wat heb je aan waarheid als niemand meer bereid is om te luisteren? Wat betekent geestelijke leiding als gemeenteleden ondertussen stilletjes via de achterdeur verdwijnen?

Het is goed, het is belangrijk om stil te staan bij de heiligheid van de gemeente. Als Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs schrijft over de ‘heiligheid’, dan schrijft hij eerst over de heiligheid die ze in Christus hebben en vervolgens over de heiligheid waartoe ze geroepen zijn. Zoals een collega schreef: ‘de heiligheid van de kerk is allereerst een geschenk van God en vervolgens ook een roeping voor ons’[1]. Maar wat betekent dat voor homo’s?

Als gave van God
Dat betekent dat ook gelovige homo’s ‘heiligen’ zijn. Niet omdat ze van zichzelf heilig zijn, maar omdat ze de heiligheid door het geloof ontvangen van de grote Heilige: de Heere Jezus Christus. Het Evangelie voor homo’s is daarom niet: ‘seksuele onthouding’ of iets wat daarop lijkt. Iets wat ze moeten verdienen. Het Evangelie voor homo’s is dat je, net als iedereen – ondanks al je zonden – door het geloof mag weten: ik ben heilig. Dat is goed nieuws voor homo’s! En laten we dat niet en nooit vergeten. Laten we leren om de gelovige homo niet allereerst als homo te zien, maar als broeder of zuster in Christus.[2] Ook als we allerlei onbeantwoorde vragen hebben, over onze eigen seksualiteit of over de seksualiteit van een ander in de gemeente van Christus. Er is vergeving voor zondaren, vrijspraak voor schuldigen, heiligheid voor onheiligen. En ik hoop dat dat ook wat ontspanning kan geven in het nadenken over homoseksualiteit. Heiligheid verdien je nooit, maar de Heilige Zelf wil het geven, gelukkig ook aan gelovige homo’s.

Als opdracht van God (Duidelijk en Bijbels)
Maar dat is niet alles. De heiligheid van de kerk is ook een roeping, een opdracht. Gelovigen zijn geroepen tot een heilig leven (bijv. 1 Petr. 1,15-16; 1 Kor. 1,2). Die heiligheid waartoe we geroepen zijn, gaat over heel ons leven, alle onderdelen van ons bestaan, dus ook over hoe we omgaan met onze seksualiteit. Een kerkenraad moet daar ook op wijzen bij haar gemeenteleden en gemeenteleden mogen elkaar daar op wijzen. Tijdens prediking, pastoraat en catechese moeten gemeenteleden de weg worden gewezen van een heilig leven. Wat vraagt de HEERE van ons in Zijn Woord? Wat betekent dat concreet?

Daar valt heel veel over te zeggen, dat ga ik nu niet doen. Maar wat ik wel wil zeggen: een pastorale houding tot homo’s en een liefdevolle houding tot homo’s hoeft niet te leiden tot vage onduidelijkheid. Daar is ook een gelovige homo – zoals Lukas – niet mee geholpen. En waar een gelovige homo ook niet mee geholpen is allerlei goedbedoelde opmerkingen als ‘ik weet het allemaal niet, maar van mij mag het hoor’. Een homo heeft weinig aan allerlei goed bedoelde onderbuikgevoelens van gemeenteleden, maar wel aan Bijbels onderwijs. Wijs daarom helder en concreet op de roeping tot een heilig leven, zoals de Schrift die laat zien. Dáár zijn homo’s als Lukas mee geholpen.

 

[1] Anne van Olst, Geloven doe je zo, 153.
[2] J.A.W. Verhoeve, ‘Geen aparte status’ in De Waarheidsvriend, 29 juni 2023.

Ten slotte

We komen bij het einde van mijn lezing. Gisterenavond kreeg ik een WhatsApp-bericht van een homo-jongere uit een reformatorische kerk. Hij vertelde hoe waardevol de gesprekken met zijn ouderling voor hem waren geweest. Hoeveel begrip hij had ervaren, juist in een periode waarin hij zelf nog helemaal niet wist of hij celibatair wilde leven. Misschien klinkt het door deze lezing alsof er veel moet veranderen in uw plaatselijke kerk. Misschien is dat ook zo — dat kan ik niet beoordelen. Maar gelukkig gaat er ook veel goed. En is er ook reden tot dankbaarheid! Hoe het ook zij: wat zou het mooi zijn, wat zou het een zegen zijn, als jongeren zoals Lukas straks over hun gemeente kunnen zeggen: ‘Hier voel ik me geliefd, gezien en thuis. Met deze mensen wil ik de HEERE God dienen.’

Gods zegen toegewenst en dank voor uw aandacht.