Hart van homo´s logo
Waarom zou Lukas in de kerk blijven?

Waarom zou Lukas in de kerk blijven?

Hart van homo´s logo

Waarom zou Lukas in de kerk blijven?

Waarom zou Lukas in de kerk blijven?

Wat de kerk nodig heeft

Lezing van ds. Willem Jan van de Velde, bestuurslid van Hart van Homo’s, op de studiedag over pastoraat aan homoseksuele gemeenteleden, in samenwerking met de Theologische Universiteit Apeldoorn op 8 mei 2026

Stel je voor dat jij Lukas bent. Lukas is een jongen van 16 jaar oud. Iedere dag gaat hij samen met zijn vrienden op de fiets naar school. Tijdens het fietsen vertellen ze elkaar vaak stoere verhalen, maar praten ze vaak ook over knappe meisjes. Ze vertellen dat ze dat éne meisje zo mooi vinden, waarom ze graag met haar op date willen. Maar – Lukas gedachten dwalen af – en in gedachten ziet hij die ene jongen uit zijn klas met dat gespierde lichaam en die mooie lach op zijn gezicht. Zijn vrienden praten verder over dat meisje met dat mooie lange golvende haar, maar Lukas vraagt zich af: Waarom kijk ik niet naar meisjes zoals zij dat doen? Hij probeert het weg te duwen, maar steeds weer komt die gedachte in hem op: Hij zal toch geen homo zijn?

Maar als hij daar over nadenkt… dan krijgt hij zoveel vragen… Wat zouden zijn ouders er van vinden? Wat zouden zijn vrienden er van vinden? En wat zou de HEERE God er eigenlijk van vinden? Die bijbelteksten over homoseksualiteit – die heeft hij al wel eens gegoogeld – maar gaan die over hem? Of gaan die ergens anders over?

Is de kerk dan een plek waar Lukas terecht kan met zijn vragen, twijfels, onzekerheid? Als leden van de kerk zeggen we dan heel snel: Natuurlijk is de kerk een plek waar je terecht kunt! Maar weet je zeker dat Lukas ál zijn vragen durft te bespreken met zijn dominee of jeugdouderling? En hoe kom je daar dan bij?

We zijn hier, omdat we verlangen naar een kerk waar jongeren met homo-gevoelens zeggen: “Hier wil ik zijn!” We zijn hier omdat we verlangen naar een gemeente waar jongeren – zoals Lukas – naar toe gaan met hun vragen en worstelingen. We willen een predikant, ouderling of gemeentelid zijn waar jongeren zoals Lukas aankloppen voor een goed gesprek.

Máár wat is er nodig om zo’n kerk te zijn? Wat is er nodig om op zo’n manier kerk te zijn dat we homo’s niet langer verliezen, maar liefdevol vasthouden? Nee, sterker nog, waar homo’s niet stilletjes aan de zijlijn staan, maar juist volop zijn ingeschakeld.

Als homo, christen en predikant wil ik een aantal gedachten delen en vragen stellen die uitnodigen tot bezinning. Mijn hoop is dat deze lezing bijdraagt aan een klimaat binnen de kerk waardoor jongeren zoals Lukas zich geliefd, gezien en thuis voelen in hun kerk. 

  1. Oog voor de veiligheid
  2. Oog voor de verscheidenheid
  3. Oog voor de single’s (en daardoor ook vriendschap)
  4. Oog voor de heiligheid

1. Oog voor veiligheid

Is het nodig? (probleemstelling)
Het eerste punt dat ik wil maken, is dat de kerk ‘veilig’ moet zijn voor jongeren als Lukas. En dat klinkt heel als een open deur. Natuurlijk moet de kerk veilig zijn voor homo’s! Maar toch… Als 3 à 4 procent van de bevolking homoseksuele gevoelens heeft, moeten er in iedere gemeente toch enkele homo’s zijn.[1] Hoe komt het dat een groot deel van de homo’s niet uit de kast durft te komen of in stilte via de achterdeur vertrekt. Kan de kerk voor veel homo’s onveilig aanvoelen? Ik ben bang van wel.

  • Zoals een celibatair levende homo onlangs tegen me zei: ‘Ik vertel liever in mijn seculiere werkomgeving dat ik homo ben, dan in mijn kerk. De wereld is veel inclusiever dan de kerk…’
  • Ik denk aan een ouderling – ook celibatair levend – die onlangs vertelde dat hij ‘in de kast’ bleef zitten, omdat het voor hem niet veilig genoeg is en hij geen zin meer heeft in vervelende opmerkingen van ouderlingen en predikanten.

De vraag of Lukas – de jongen uit de inleiding – zich veilig voelt in uw kerk moeten we daarom – denk ik – toch niet te snel met ‘ja’ beantwoorden.

Oog voor homo’s (ze zijn er!)
Daarom een vraag. Zou Lukas het idee hebben dat er in zijn gemeente oog is voor homo’s? Valt het woord ‘homo’ of ‘lesbienne’ wel eens in de kerk, de kerkdienst? Of op catechisatie? Het helpt natuurlijk niet als er binnen de kerk wordt gedacht: ‘Homo’s? Die hebben we niet’. Of ‘dat is zo’n moeilijk onderwerp, dat geeft zoveel verdeeldheid, dat negeren we maar’.

Als er nooit over homoseksualiteit gesproken wordt of voor homo’s gebeden wordt, geef je daarmee – misschien onbewust! – een signaal af. Zoiets als: Homo’s zijn onze aandacht, tijd, gebeden niet waard. Dat onderwerp vinden we niet belangrijk genoeg. Dat is waarschijnlijk niet bewust, maar daarmee doen we toch net alsof ze er niet zijn.

Laat daarom als gemeente merken dat je homo’s niet vergeten bent. Zorg ervoor dat het onderwerp besproken wordt op jeugdvereniging of catechisatie, bidt met enige regelmaat voor homo’s tijdens de kerkdienst (en niet alleen tijdens de ‘Gay Pride’ in Amsterdam) of collecteer voor Hart van Homo’s.

Zo laat je – aan mensen als Lukas – weten: dit is een gemeente waar we homo’s niet vergeten, we hebben oog voor homo’s.

Oog voor gebrokenheid
En dan wil ik graag een stapje verder. Want waar moeten we dan precies oog voor hebben? Niet alle homo’s zijn altijd aan het tobben, worstelen of dragen met verdriet hun kruis. Er zijn ook homo’s die er oké mee zijn, hun zegeningen tellen en vrolijk hun kruis dragen. Maar na die opmerking wil ik u toch uitdagen: ‘heb oog voor hun gebrokenheid’.

Heb óók oog voor het eventuele gemis van een echtgenoot, seksualiteit, kinderen, kleinkinderen en de rest.[2]Laat maar merken dat je oog hebt voor alles wat ze hebben of missen, met al hun vreugde en verdriet, geloof, twijfel en ongeloof en al hun gebrokenheid. Laat maar merken dat daar over gesproken kan worden, voor gebeden kan worden, dat daar ruimte voor is.[3] En dat er zelfs ruimte is om te praten over homoseksuele zonden, niet omdat je ze goedkeurt, zonde blijft zonde, maar wel dat daar schuld over beleden kan worden. Dat er ruimte is om hierover te spreken.

Oog voor de worsteling (en de volharding die nodig is)
Hebt u er wel eens over nagedacht wat het verschil is tussen een hetero-single en een homo-single? Vaak – ik weet dat ik generaliseer – komt een hetero single gewoon niemand tegen… Het single zijn overkomt hem of haar… Maar voor een christen-homo is dat niet iets wat hem of haar overkomt, maar is dat een keuze. Een keuze om niet die ene datingsapp te installeren. Een keuze om niet te gaan daten. Een keuze om af te zien van een seksuele relatie of gewoon van seks.

En het is een keuze die vraagt om met volharding om bij die keuze te blijven. Want die keuze kun je ook herzien. En de verleiding om die keuze te herzien is groot… Na grijze, sombere dagen… Na twijfel over de juiste bijbeluitleg… Na het zien van twee mannen die liefdevol hand in hand over straat lopen… Waarom zou je je keuze niet herzien?

Misschien begrijp je daarom dat veel homo’s in een enorm spanningsveld hebben gezeten: God of de wereld, de kerk of een seksuele relatie. En dat dat spanningsveld soms ook weer terugkomt. Bewust zeg ik het nu wat zwart-wit. Met hun hoofd en hart kunnen ze een keuze maken, maar die keuze kan (later weer) aangevochten worden. Ze kunnen er mee worstelen als ze alleen thuis zijn, als collega’s stevige vragen stellen.

En daarom de vraag: Is er in uw kerk ruimte om te worstelen? Om het soms even niet te weten? Mogen ze hun worstelingen en vragen op tafel leggen, zonder dat er direct een veroordeling klinkt? Zonder dat er meteen een geschrokken gezicht te zien is? Dat vraagt van predikanten, jeugdleiders en ambtsdragers dat ze daar oog voor hebben en luisteren zonder te oordelen. Mogen homo’s in de kerk het met je oneens zijn. Mogen ze in een theologische puberteit belanden? Dat is toch ook niet zo vreemd als misschien wel een groot deel van je toekomstbeeld op de helling komt te staan? Kortom: Heb oog voor hun worsteling. Een worsteling die soms ook terug komt.

Oog voor de hetero’s (opvoeden)
Gelukkig gaan er veel dingen goed in de kerk. Maar soms gaat het ook mis — vaak niet uit onwil, maar uit onwetendheid. Mensen begrijpen elkaar niet altijd, kunnen zich moeilijk inleven en zeggen of doen daardoor soms pijnlijke dingen.

Daarom is het belangrijk dat predikanten en kerkenraden gemeenteleden meenemen in het onderwerp homoseksualiteit. Als 3 à 4% van de Nederlanders homo of lesbisch is, dan is er alle reden om je serieus in dit onderwerp te verdiepen. Maak duidelijk wat je bijbels, theologisch en pastoraal wél en niet kunt zeggen of doen. Hoe mooi zou het zijn als gemeenten daardoor meer begrip krijgen en minder onbedoeld pijn veroorzaken?[4] En fijn dat u hier bent!

 

[1] Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 86.
[2] Sam Alberry, 7 Myths about Singleness, 126.
[3] ‘De gedachte dat homoseksualiteit een kruis is dat je in stilte moet dragen, leeft nog best wel’ in: Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 95.
[4] Denk aan de ouderling die zei: ‘dat hij maar snel een meisje moest trouwen, want dan zou het vanzelf over gaan’, in: Refoweb | Verdrietig om reacties in kerk op homoseksuele zoon | Refoweb

2. Oog voor verscheidenheid

In het tweede punt van mijn lezing wil ik me wat meer richten op het gemeente-zijn en wil ik vragen om ‘oog te hebben voor de verscheidenheid binnen de gemeente’.

Kerk als lichaam
In het Nieuwe Testament vergelijkt Paulus de kerk met een menselijk lichaam (1 Kor. 12,13; HSV). Een lichaam dat uit heel veel leden bestaat (14). En daarna vergelijkt Paulus gemeenteleden uit Korinthe met ‘voeten, handen, oren en ogen. En Paulus maakt duidelijk: Niemand kan gemist worden. Als iedereen een ‘oor’ zou zijn, zouden we niet kunnen ruiken (17)? En daarom kan niemand gemist worden (21)!

Homo’s kunnen niet gemist worden
En dat is goed nieuws voor gemeenteleden met homo-gevoelens! Ook zij kunnen niet gemist worden! Ook zij zijn een onmisbaar onderdeel van de kerk. Als zij gelovige mensen zijn, dan mogen we erop vertrouwen dat de Heilige Geest ook aan hen gaven en talenten geeft. Hij geeft die gaven en talenten met een reden, namelijk tot opbouw van de gemeente. Heb je er wel eens over nagedacht hoe uw gemeenteleden met homo-gevoelens met hun gaven en talenten uw gemeente op kunnen bouwen?

Geen opgave maar gave
Ik weet dat ik generaliseer, maar homo’s zijn vaak kunstzinnig en creatief en hebben een goed ontwikkelde sociale gevoeligheid. Wat zou het mooi zijn als we de homo’s en lesbiennes in onze gemeente zien en hun gaven en talenten ook zien, waarderen en inzetten. Dan kan een homo of lesbiennes dienstbaar zijn in de gemeente, niet ondanks, maar inclusief het homo-zijn.[1] Dan hoeven ze niet langer stilletjes aan de rand te staan, maar actief in het centrum. Dus laten we dat ook eens tegen onze homo’s zeggen: Je kan ons iets bieden wat alleen jij kan bieden. We willen je graag inschakelen! Je bent onmisbaar! Zo laten we merken: Je bent geen opgave voor de gemeente, maar een gave, waar we dankbaar voor zijn!

Homo’s als voorbeeld (algemeen en homo’s)
Als homo’s zichtbaar zijn in de gemeente kunnen ze ook een voorbeeld zijn. Een leven waarin ze laten zien: ‘Ik probeer de Heere Jezus te volgen en dat mag me wat kosten’. Een leven waarin ze laten zien: ‘Niet een romantische relatie, niet mijn seksualiteit, maar het Koninkrijk van God is voor mij het belangrijkste’. Dat zullen ze van zichzelf misschien niet zo snel zeggen. En dat is misschien maar goed ook. Maar besef dat gelovige homo’s een rolmodel zijn voor jongeren die ontdekken dat ze homo zijn. En zulke voorbeelden hebben we heel hard nodig. Want voorbeeldfiguren geven herkenning en hoop aan jongeren die zich nu misschien eenzaam voelen bij het ontdekken van hun homoseksuele gevoelens.

 

[1] Herman van Wijngaarden, Oké ik ben dus homo, 124. ‘Juist in kerkenraden met alleen mannen, zouden homo’s vanwege hun homo-zijn wel eens een belangrijke bijdrage kunnen spelen’ in: Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 85.

 

3. Oog voor singles (en vriendschap)

Correctie
Met het volgende punt wil ik graag uitnodigen om iets te corrigeren. Ik ben namelijk van mening – en veel gelovige homo’s met mij – dat we als kerken te veel ‘gezinnetjeskerken’ zijn geworden. En door de focus op het gezin hebben we misschien wel te weinig positieve aandacht voor singles en de waarde van het single-zijn. We hebben in onze kerken (terecht!) veel aandacht voor het huwelijk en het belang van goede huwelijken, maar (onterecht!) weinig positieve aandacht voor singles en het belang van goede vriendschappen.

Waarde van singles
Hoe ik daar bij kom? Ik wil jullie graag enkele woorden van de apostel Paulus uit 1 Korinthe 7 onder de aandacht brengen. Want in 1 Korinthe 7 maakt Paulus duidelijk dat zowel het gehuwd-zijn als het ongehuwd-zijn voordelen heeft (1 Kor. 7,6-9). Beide hebben voordelen, maar toch schrijft hij ook: ‘Ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf’ (7). En schrijft hij als je niet getrouwd bent ‘het is goed voor hen, als zij blijven zoals ik’ (8). En dan geeft hij de motivatie: Zij die niet getrouwd zijn kunnen zich ongehinderd inzetten voor het Koninkrijk van God. Het huwelijk strijdt niet met de toewijding aan de HEERE God, maar het beperkt wel de mogelijkheden.[1] Single-zijn is een voorrecht en dat gunt Paulus aan iedereen! Vanuit de Schrift mogen we dus heel positief denken en spreken over single-zijn. En daarom mijn vraag: Spreken wij net zo positief over single-zijn als Paulus?[2] Door positief te spreken over single-zijn, maken we van het huwelijk minder de norm. Ik denk dat daar niet alleen celibatair levende homo’s maar ook hetero singles erg mee geholpen zijn.

Waarde van vriendschap
Gelukkig zijn er binnen kerken vaak goede vriendschappen te vinden! Tegelijk denk ik dat er in de meeste kerken weinig aandacht is voor het thema vriendschap. Heeft u wel eens een preek gehoord over vriendschap? Of is er in de gemeente wel eens gedankt voor goede vriendschappen?

Terwijl vriendschap zo belangrijk is voor zowel getrouwde als ongetrouwde mensen, voor homo’s en hetero’s. Sterker nog: Wie in de kerk aan homoseksuele gemeenteleden uitlegt dat het op grond van de Schrift uitgesloten is om een homoseksuele relatie aan te gaan, zal des te meer moeten nadenken over de betekenis van vriendschap. Niet omdat vriendschap dan als surrogaat of compensatie kan worden aangeboden, maar vriendschap kan wel iets (intimiteit) bieden waar veel homo’s (en hetero single’s) behoefte aan hebben.[3] Dus om positief af te sluiten, vraag uw predikant eens op zondag te danken en te bidden voor goede vriendschappen.

 

[1] Van Bruggen, Het huwelijk gewogen, 38.
[2] Zoals predikant en auteur Sam Alberry schrijft: ‘Het is voor gemeenteleden goed om voorbeelden te zien van singles die gericht zijn op het Evangelie en op getrouwden die gericht zijn op het Evangelie. Het is een manier die laat zien dat zowel huwelijk als single-zijn een eervolle gave van God is (Sam Alberry, 7 Myths about Singleness, 100). Of zoals Henri Nouwen schreef en door Herman van Wijngaarden is samengevat: ‘de kerk heeft getrouwde mensen nodig om zichzelf eraan te herinneren dat de mens bedoeld is voor relaties; ze heeft ongetrouwden nodig om zichzelf eraan te herinneren dat relaties hun diepste vervulling alleen vinden in God (Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 175).
[3] N.a.v. Herman van Wijngaarden, Om het hart van homo’s, 177.

 

4. Oog voor heiligheid

Inleiding: ‘Iets gemist?
Misschien denk je: Maar moet de kerk jongeren als Lukas dan niet gewoon de Bijbelse waarheid voorhouden? Moet de kerkenraad niet geestelijk leidinggeven? Zeker wel. Maar wat heb je aan waarheid als niemand meer bereid is om te luisteren? Wat betekent geestelijke leiding als gemeenteleden ondertussen stilletjes via de achterdeur verdwijnen?

Het is goed, het is belangrijk om stil te staan bij de heiligheid van de gemeente. Als Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs schrijft over de ‘heiligheid’, dan schrijft hij eerst over de heiligheid die ze in Christus hebben en vervolgens over de heiligheid waartoe ze geroepen zijn. Zoals een collega schreef: ‘de heiligheid van de kerk is allereerst een geschenk van God en vervolgens ook een roeping voor ons’[1]. Maar wat betekent dat voor homo’s?

Als gave van God
Dat betekent dat ook gelovige homo’s ‘heiligen’ zijn. Niet omdat ze van zichzelf heilig zijn, maar omdat ze de heiligheid door het geloof ontvangen van de grote Heilige: de Heere Jezus Christus. Het Evangelie voor homo’s is daarom niet: ‘seksuele onthouding’ of iets wat daarop lijkt. Iets wat ze moeten verdienen. Het Evangelie voor homo’s is dat je, net als iedereen – ondanks al je zonden – door het geloof mag weten: ik ben heilig. Dat is goed nieuws voor homo’s! En laten we dat niet en nooit vergeten. Laten we leren om de gelovige homo niet allereerst als homo te zien, maar als broeder of zuster in Christus.[2] Ook als we allerlei onbeantwoorde vragen hebben, over onze eigen seksualiteit of over de seksualiteit van een ander in de gemeente van Christus. Er is vergeving voor zondaren, vrijspraak voor schuldigen, heiligheid voor onheiligen. En ik hoop dat dat ook wat ontspanning kan geven in het nadenken over homoseksualiteit. Heiligheid verdien je nooit, maar de Heilige Zelf wil het geven, gelukkig ook aan gelovige homo’s.

Als opdracht van God (Duidelijk en Bijbels)
Maar dat is niet alles. De heiligheid van de kerk is ook een roeping, een opdracht. Gelovigen zijn geroepen tot een heilig leven (bijv. 1 Petr. 1,15-16; 1 Kor. 1,2). Die heiligheid waartoe we geroepen zijn, gaat over heel ons leven, alle onderdelen van ons bestaan, dus ook over hoe we omgaan met onze seksualiteit. Een kerkenraad moet daar ook op wijzen bij haar gemeenteleden en gemeenteleden mogen elkaar daar op wijzen. Tijdens prediking, pastoraat en catechese moeten gemeenteleden de weg worden gewezen van een heilig leven. Wat vraagt de HEERE van ons in Zijn Woord? Wat betekent dat concreet?

Daar valt heel veel over te zeggen, dat ga ik nu niet doen. Maar wat ik wel wil zeggen: een pastorale houding tot homo’s en een liefdevolle houding tot homo’s hoeft niet te leiden tot vage onduidelijkheid. Daar is ook een gelovige homo – zoals Lukas – niet mee geholpen. En waar een gelovige homo ook niet mee geholpen is allerlei goedbedoelde opmerkingen als ‘ik weet het allemaal niet, maar van mij mag het hoor’. Een homo heeft weinig aan allerlei goed bedoelde onderbuikgevoelens van gemeenteleden, maar wel aan Bijbels onderwijs. Wijs daarom helder en concreet op de roeping tot een heilig leven, zoals de Schrift die laat zien. Dáár zijn homo’s als Lukas mee geholpen.

 

[1] Anne van Olst, Geloven doe je zo, 153.
[2] J.A.W. Verhoeve, ‘Geen aparte status’ in De Waarheidsvriend, 29 juni 2023.

Ten slotte

We komen bij het einde van mijn lezing. Gisterenavond kreeg ik een WhatsApp-bericht van een homo-jongere uit een reformatorische kerk. Hij vertelde hoe waardevol de gesprekken met zijn ouderling voor hem waren geweest. Hoeveel begrip hij had ervaren, juist in een periode waarin hij zelf nog helemaal niet wist of hij celibatair wilde leven. Misschien klinkt het door deze lezing alsof er veel moet veranderen in uw plaatselijke kerk. Misschien is dat ook zo — dat kan ik niet beoordelen. Maar gelukkig gaat er ook veel goed. En is er ook reden tot dankbaarheid! Hoe het ook zij: wat zou het mooi zijn, wat zou het een zegen zijn, als jongeren zoals Lukas straks over hun gemeente kunnen zeggen: ‘Hier voel ik me geliefd, gezien en thuis. Met deze mensen wil ik de HEERE God dienen.’

Gods zegen toegewenst en dank voor uw aandacht.

 

Luisteren met je ogen

Luisteren met je ogen

Hart van homo´s logo

Luisteren met je ogen

Luisteren met je ogen

Een houding die gekenmerkt wordt door aandacht

Pastoraat aan homoseksuele jongeren begint met luisteren met je ogen. Dat zei ds. A.A.F. van de Weg in zijn lezing op de studiedag die Hart van Homo’s op 8 mei 2026 hield in samenwerking met de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hieronder een samenvatting van zijn lezing. 

Pastoraat aan homoseksuele jongeren begint niet met standpunten, antwoorden of oplossingen, maar met aandacht. Veel jongeren die met homoseksuele gevoelens leven, dragen ervaringen van onbegrip, pijn, afwijzing of eenzaamheid met zich mee. Daarom is vertrouwen niet vanzelfsprekend. De eerste vraag in een pastorale ontmoeting is niet wat wij willen zeggen, maar of wij voor de ander een veilige gesprekspartner zijn.

Aandacht betekent aanwezig zijn. Het vraagt dat wij ons ophouden bij de ander en hem of haar ruimte geven om tevoorschijn te komen. Een homoseksuele jongere mag niet gereduceerd worden tot zijn gevoelens of worsteling. Allereerst is hij of zij een mens, een schepsel van God, wonderlijk gemaakt en gekend door Hem. Werkelijk pastoraat erkent die volle menselijkheid en benadert de ander niet als een probleem of een casus.

Deze aandacht krijgt gestalte in de manier waarop wij a) kijken, b) luisteren, c) meeleven en d) spreken.

 

Luisteren met onze ogen

Allereerst vraagt aandacht om te luisteren met onze ogen. Het gevaar bestaat dat wij blijven steken in eerste indrukken of in beelden die wij vooraf hebben gevormd. Werkelijk zien vraagt dat wij oog krijgen voor de persoon achter het verhaal. In het gezicht van de ander worden kwetsbaarheid, angst, verdriet en verlangen zichtbaar. Tegelijk leest de ander ook iets in onze ogen. Veiligheid en vertrouwen worden niet alleen opgebouwd door woorden, maar ook door onze houding en uitstraling. Daarom is het van belang dat de ander iets van de vriendelijkheid van Christus weerspiegeld ziet in onze blik.
 

Luisteren met onze oren

Daarnaast vraagt aandacht om te luisteren met onze oren. Dat betekent meer dan het horen van woorden. Echt luisteren houdt in dat wij onze eigen oordelen, behoeften en angsten (tijdelijk) opzijzetten om de ander werkelijk te begrijpen. Open vragen kunnen daarbij helpen. Vragen naar de ontstaansgeschiedenis van gevoelens, naar de worsteling die iemand ervaart en naar de plaats van God in dit alles openen ruimte voor een eerlijk gesprek. Te snelle antwoorden, bijbelteksten of morele conclusies kunnen die ruimte juist afsluiten. Daarom vraagt luisteren om geduld en de bereidheid om nog geen conclusie te trekken.
 

Luisteren met ons hart

Ten derde: wanneer wij werkelijk kijken en luisteren, wordt ook ons hart betrokken. Dan worden wij niet alleen geconfronteerd met feiten, maar ook met gevoelens van eenzaamheid, schaamte, onzekerheid en verdriet. Pastorale bewogenheid betekent dat wij ons laten raken door die werkelijkheid. Niet om de last van de ander over te nemen, maar om naast hem of haar te gaan staan. Een deel van de eenzaamheid wordt doorbroken wanneer iemand merkt dat zijn strijd gezien en erkend wordt.

Spreken met woorden

Tot slot: Pas daarna komt het spreken. Woorden hebben gewicht en vragen daarom om zorgvuldigheid. Soms is zwijgen beter dan spreken. Stilte hoeft niet direct gevuld te worden. Wanneer wij spreken, behoren onze woorden gekenmerkt te worden door liefde, geduld en zachtmoedigheid. Daarbij is ook zelfonderzoek nodig. Onze woorden kunnen immers gekleurd worden door eigen angst, ongemak of weerstand. Daarom is het belangrijk dat niet onze spanning, maar de liefde richting geeft aan wat wij zeggen.

 

In het pastorale gesprek kunnen zowel meeleven als begrenzen een plaats hebben. Meeleven betekent dat er ruimte is voor klacht, verdriet, verlangen en geestelijke strijd. Tegelijk kan er ook een moment komen waarop een grens wordt aangegeven. Wanneer een afwijzing van homoseksuele relaties wordt uitgesproken, vraagt dat om grote voorzichtigheid. Veel jongeren ervaren een afwijzing van relaties immers als een afwijzing van hun persoon. Daarom kan een „nee” alleen geloofwaardig zijn wanneer het gedragen wordt door een duidelijk en voelbaar „ja”: ja, jij hoort erbij; ja, jouw leven doet ertoe; ja, jij mag gekend worden. Zonder die houding ontstaat afstand in plaats van pastoraat.

  

Pastoraat aan homoseksuele jongeren vraagt uiteindelijk om een houding die gekenmerkt wordt door aandacht. Aandacht die kijkt, luistert, meevoelt en zorgvuldig spreekt. Alleen vanuit zo’n ontmoeting kan iets zichtbaar worden van de herderlijke bewogenheid van Christus.

‘Soms denk ik dat ik op jongens val’

‘Soms denk ik dat ik op jongens val’

Hart van homo´s logo

‘Soms denk ik dat ik op jongens val’

‘Soms denk ik dat ik op jongens val’

Het pastorale gesprek

Stel, een jongerenwerker of predikant komt de volgende situatie tegen. Hij raakt in gesprek met een 17-jarige jongen, van wie hij al een tijdje dacht dat die niet lekker in z’n vel zit. Dan zegt de jongere: ‘Ik weet het niet, maar soms denk ik dat ik op jongens val.’ Wat is dan de beste reactie?

Voor veel werkers in de kerk zal dit een nogal fictieve situatie lijken. Zo gauw komen onze jongeren niet met zoiets. Toch is het goed om hierover na te denken. Hopelijk groeit in onze gemeenten een klimaat waarin dit gewoner wordt – dat je erover kunt praten als je (misschien wel) homo bent. Daarom deze vraag: hoe reageer je in zo’n situatie als pastor? Hoe help je deze jongere verder?

 

Ruimte

Iedereen heeft hier natuurlijk goede bedoelingen. Maar dat neemt niet weg dat een pastor ‘per ongeluk’  dingen kan zeggen die voor de jongere niet helpend zijn. Wat de jongere in de eerste plaats nodig heeft, is een accepterende houding die communiceert: ‘O joh, geen man overboord, laten we het er rustig over hebben.’

Wat een pastor dus beter niet kan zeggen, is zoiets als: ‘Laten we hopen dat het niet zo is’, ‘Misschien gaat het wel over’, of ‘Dat zou heel vervelend zijn’. Daarmee zegt hij (of zij) namelijk meer over zichzelf en hoe hij over homoseksualiteit denkt, dan over die jongen. Hij laat ermee uitkomen dat dit onderwerp voor hem een negatieve lading heeft. Misschien is dat voor die jongen zelf ook wel zo, maar dat is nog helemaal niet gezegd. Waar het op aankomt, is dat deze jongere de ruimte ervaart om erover te vertellen.

Een goed begin is dus bijvoorbeeld: ‘Als het zo zou zijn dat je op jongens valt, hoe zou dat dan voor je zijn?’ Neem zijn woordgebruik over. Als hij niet zelf over ‘homo’ of ‘homoseksualiteit’ begint, is het beter om deze woorden óók niet te gebruiken. Zeggen dat  je al langer vermoedde dat hij homo is, is evenmin een goede reactie, want dat helpt de jongere niet in zijn proces.

 

Proces

Punt is namelijk dat als hij werkelijk homo is, hij daarmee zijn eigen proces moet gaan. De taak van de pastor is hem daarbij te helpen, niet om het voor hem in te vullen met eigen gedachten. In dat proces zijn doorgaans vier fasen te onderscheiden: 1. erkennen dat het zo is; 2. het  leren waarderen; 3. het gaandeweg gaan accepteren; en 4. er verantwoordelijkheid voor leren dragen.

Erkennen dat het zo is, is voor een jongere soms al heel lastig. Grote kans dat hij het gesprek begint met de mededeling dat hij zich ‘afvraagt’ of hij niet homo is, ook al weet hij diep van binnen al lang dát het zo is. Hij durft het nog niet hardop te zeggen. Toch is het nodig dat die erkenning er komt. De pastor kan hem daarbij helpen door te stimuleren erover te vertellen: ‘Wanneer begon je je af te vragen of…?’, ‘Ben je al wel eens verliefd geweest?’, ‘Hoe was het voor je om te ontdekken dat…?’ Daarmee laat hij merken dat die gevoelens er mogen zijn en dat het niet raar is als ze er zijn. Om van zichzelf te erkennen dat hij homo is en mag zijn, heeft een jongere het nodig dat de ander het erkent.

 

Waardering

Erkennen is één, waarderen is een tweede. Het is mogelijk dat een jongere tot de erkenning komt dat hij homoseksueel is, en dat hij dat vervolgens heel negatief waardeert. Hij voelt zich zondig en minderwaardig, hij schaamt zich er enorm voor. Ook dat moet de pastor weer niet voor hem gaan invullen, zo van: ‘Je zult je wel zus-of-zo voelen’. Hij mag er wel naar vragen. Als dan inderdaad blijkt dat hij het homo zijn erg negatief waardeert, mag het pastoraat  dat heel voorzichtig proberen om te buigen naar een  positievere waardering.

Daarbij maakt het natuurlijk heel erg uit hoe de pastor het homo-zijn zelf waardeert. Ziet hij het als een zonde, een psychisch probleem, een scheppingsvariant of als een vorm van gebrokenheid? Dat zal zijn taalgebruik bepalen. Iemand die homoseksualiteit als een scheppingsvariant ziet, zal al gauw zeggen: ‘Er is helemaal niks aan de hand met homo-zijn!’ En iemand die het ziet als een zonde, kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Laten we het in gebed bij de Heere brengen en Hem vergeving vragen.’

Het lijkt me het meest bijbels om het een gebrokenheid te noemen, of met een woord dat ds. H.G. de Graaff aanreikte: een kwestie. Bij de oorspronkelijke schepping heeft God homoseksualiteit niet bedoeld, maar daarom is het op zich geen zonde om homoseksuele gevoelens te hebben. Het vraagt geen bekering of genezing, maar overgave aan de wil van God.

 

Inclusief

Vanuit deze visie kunnen we volmondig tegen een homoseksuele jongere zeggen: ‘God heeft een plan met jouw leven, niet ondanks je homo-zijn, maar inclusief je homo-zijn.’ Dat geeft ruimte aan het homo-zijn en daarom perspectief in het pastoraat. Zo helpen we een jongere om te accepteren dat hij homo is (de derde fase). Weliswaar niet met een houding van ‘Hoera, ik ben homo’, maar ook niet een van ‘Help, ik ben homo’. Een homoseksuele jongere mag leren zeggen: ‘Oké, ik ben dus homo…’

Het komt er hierbij best op aan. Onbewust gebruiken we in het pastoraat soms zomaar woorden uit het taalveld van het zonde-model. We denken dan naast de homoseksuele jongere te moeten staan als zondaar: ‘We zijn allemaal aangewezen op Gods genade’, ‘ook ik heb zondige gevoelens’, en ‘gelukkig is er voor ons allemaal verzoening’. Goed bedoeld en op zich helemaal waar, maar dit soort woorden gebruiken we óók niet als we op bezoek gaan bij iemand die verdriet heeft om een verlies… Dan gaan we naast hem of haar staan als mede- lijder, niet als mede-zondaar.

 

Keuzes

Daarmee is niet ontkend dat een homo op een zondige manier met zijn gevoelens kan omgaan. Daarom is de fase van het verantwoordelijkheid leren dragen zo belangrijk. Uiteindelijk is dat het doel van het pastoraat aan homoseksuele jongeren: ze zijn zelf verantwoordelijk voor de keuzes die ze maken in het omgaan met hun homoseksuele gevoelens.

De pastor mag hen daarbij helpen en nabij zijn, maar hij kan die verantwoordelijkheid niet van hen overnemen. Het kan gebeuren dat ze daartoe wel uitdagen, zo van: ‘Het komt door de kerk / de Bijbel / God dat ik een probleem heb, dus ik verwacht dat u het voor me oplost.’ Maar zo werkt het niet. Het komt erop aan hen zo lang mogelijk vast te houden, maar desnoods ook de ruimte te geven om eigen wegen te gaan.

In de gemeente kunnen we beginnen met op deze manier woorden te geven aan het onderwerp. Hopelijk komen de gesprekken dan als vanzelf.

Herman van Wijngaarden, medewerker Hart van Homo’s
18-11-2025

 

 

Ook last van minderheidsstress?

Ook last van minderheidsstress?

Hart van homo´s logo

Ook last van minderheidsstress?

Ook last van minderheidsstress?

Zet eventueel kleine stappen

“Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien” – Franciscus van Assisi

 

Homoseksuele en biseksuele volwassenen zoeken vaker dan heteroseksuele volwassenen hulp voor mentale problemen als angst en depressie. Regenboogjongeren tussen de achttien en vijfentwintig jaar zijn ook nog eens gevoeliger voor prestatiedruk, in vergelijking met hun leeftijdgenoten. Dat blijkt uit recent onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

 

Buitengesloten voelen

Luuk Hovius van het CBS zei tegen de NOS: ‘De cijfers die we hebben, zijn zorgwekkend. Zes op de tien mensen van de lhb-gemeenschap gaf aan in de afgelopen vier weken last te hebben gehad van angsten en depressies. Onder hetero’s ging het om vier op de tien mensen. Dat is echt wel een flink verschil.’ Volgens Hovius heeft het waarschijnlijk te maken met minderheidsstress, dat wil zeggen: stress die mensen ervaren als ze zich anders of buitengesloten voelen.

Weinig sociale steun ervaren, sociale isolatie en eenzaamheid zijn inderdaad risicofactoren voor mentale problemen en zelfs voor vroegtijdig overlijden. Psychologen en psychiaters behandelen echter geen minderheidsstress, omdat het geen ziekte is, maar een theoretisch model uit de sociale wetenschap. Mijn psychiater wist ook niet méér van het thema dan dat homoseksualiteit uit het handboek van de psychiatrie is geschrapt.

 

Gezonde leefstijl

In de gezondheidszorg is wél aandacht voor chronische stress als onderliggende oorzaak van chronische ziekte, verslaving, angst en depressie. Ik denk dat dit bruikbare informatie is voor mensen met een andere geaardheid. Omdat er weinig kennis is in de hulpverlening over chronische stress door homoseksualiteit, komt het echt aan op zelfhulp, lotgenotencontact en een gezonde leefstijl.

Op Thuisarts staat bijvoorbeeld de webpagina ‘ik heb al heel lang stress’, met digitale verwijzingen naar Mentaal Vitaal en Mind. Deze informatie is betrouwbaar en actueel, en dat is op internet niet altijd het geval. Het zou je kunnen helpen om je chronische stress onder woorden te brengen; om de kwaliteit van andere websites en sociale media in te schatten; of om iets te kunnen doen als je lang op een wachtlijst moet staan. Ook zijn er mogelijkheden voor korte gratis behandelingen.

Voor zingeving, zelfacceptatie en veerkracht, kun je veel hebben aan de positieve psychologie. Maar de Nederlandse geestelijke gezondheidzorg is vooral gericht op medicijnen en cognitieve gedragstherapie, omdat daar meer wetenschappelijk bewijs voor is en vooral omdat de zorgverzekeraars die vergoeden. Als je geluk hebt, tref je een hulpverlener die de reguliere behandeling aanvult met adviezen uit de positieve psychologie. Boeken en podcast over deze onderwerpen, zijn een redelijk alternatief.

 

Een rustiger leven

Minderheidsstress verklaart niet alle mentale problemen van mensen met een homoseksuele of biseksuele geaardheid. Autisten hebben vaker een andere geaardheid, en zijn door hun stoornis van nature al angstig. Ook zijn homoseksuele mensen vaker het slachtoffer van geweld op straat, maar ook van huiselijk en seksueel geweld. Bij aanhoudende herbelevingen, kan er een behandeling nodig zijn voor Posttraumatische Stressstoornis (PTSS).

Je geaardheid kun je niet veranderen, maar je kunt wel kleine en grote stappen zetten voor een rustiger en gezonder leven. Als je goed bent uitgeslapen en lekker in je vel zit, is het veel gemakkelijker om te beslissen of je in een nieuwe omgeving uit de kast komt, of er nog er nog een tijdje in blijft zitten.

Annette van der Vliet

Bronnen:
Meer angst en depressie bij lhb-personen dan bij hetero’s : ‘Zorgwekkend’
Ik heb al heel lang stress | Thuisarts

03-11-2025

Lhbt’ers en suïcidaal gedrag

Lhbt’ers en suïcidaal gedrag

Hart van homo´s logo

Lhbt’ers en suïcidaal gedrag

Lhbt’ers en suïcidaal gedrag

Hoop bieden

[Onderstaand artikel is een sterk ingekorte versie van een lezing die dr. J. van der Wal heeft gehouden voor de stichting Ouders en Familie Rondom Anders gerichte mensen (OFRA). De lezing is te vinden op de website van OFRA.] 

Vaak gaat het in de kerk over de vraag hoe met lhbt’ers om te gaan in het licht van de bijbelse ethiek. Dat is nodig en begrijpelijk. Maar als het daarbij blijft, missen we een goede kijk op wat het lhbt’er zijn kan doen met betrokkenen en kunnen we er onvoldoende voor hen zijn. Hierbij komt dat soms wordt geopperd dat jongvolwassen lhbt’ers uit behoudend protestantse kring meer kans hebben op mentale problemen en suïcidaal gedrag. Hoe zit dat en wat kunnen we hiermee?

Suïcidaal gedrag bij jongvolwassen lhbt’ers en de relatie met godsdienstigheid

Verkenning van de literatuur hierover levert het volgende op:

  • Bijna de helft van jongvolwassen lhbt’ers heeft ooit gedacht aan suïcide. Dit is ongeveer drie keer meer dan jongvolwassenen in het algemeen. De meesten gaven aan dat dit samenhangt met hun lhbt’er zijn. 6% Van de homo- en biseksuele mannen en 10% van de vrouwen heeft ooit een suïcidepoging ondernomen. Dat is vier keer vaker dan in de algemene bevolking. Voor transseksuelen zijn deze cijfers nog veel hoger. Onder jongvolwassen lhbt’ers is suïcidaliteit dus een groot probleem.
  • In de literatuur wordt vooral ‘minderheidsstress’ genoemd als belangrijke oorzaak. Het gaat daarbij om zichzelf negatief beoordelen vanwege het lhbt-zijn, discriminatie, pesten en stigmatisering. Vooral als dat in het eigen gezin en de naaste omgeving gebeurt, is dat schadelijk. Voor de lhbt’ers die Christus willen volgen, komt daarbij dat vanuit kerk en wereld in meerderheid wordt gezegd dat het praktiseren van homoseksualiteit oké is en celibatair leven niet nodig en zelfs schadelijk is.
  • Maar er zijn ook andere factoren, zoals psychiatrische problemen, seksueel grensoverschrijdend gedrag dat vooral in het uitgaansleven voorkomt en relatief vaak voorkomende soa’s met name onder homoseksuele mannen. Een brede kijk is noodzakelijk om goed zicht te krijgen op de problematiek en passende hulp te bieden.
  • Afwijzing en veroordeling van lhbt’ers vormen een risico, met name als dit gebeurt in eigen gezin en gemeenschap. Dit duwt in een gevaarlijk isolement, maakt het moeilijker om voor de gerichtheid uit te komen en gebruik te maken van beschermende factoren zoals sociale steun. Dat noopt tot extra aandacht en steun, ook in de christelijke gemeente.
  • Een liefdevolle relatie met de ouders, evenals openheid en aanvaarding van het anders zijn, vormen een belangrijke bescherming tegen de genoemde risico’s.
  • Godsdienst beschermt tegen suïcidepogingen en suïcides. Als verklaringen worden genoemd: het bieden van een steunende gemeenschap, suïcide zien als zonde, voorzien in een bron van hoop en leren om betekenis te geven aan lijden. Maar als men zich door God verlaten voelt en geestelijke conflicten ervaart, kan dit het risico op suïcide vergroten.
  • Soms wordt verondersteld dat behoudend protestantse jongere lhbt’ers een verhoogd risico lopen op mentale problemen en suïcidaliteit vanwege de afwijzende houding in deze groep. Het beschikbare onderzoek toont een dergelijk verband echter niet aan.

Praktische handreikingen

Redenen te over dus om in gesprek te gaan met de personen over wie we het nu hebben. Vanwege de beperkte ruimte verwijs ik naar de website van 113 Zelfmoordpreventie voor uitgebreide adviezen.

Aanvullend daarop: vraag aan de persoon of en hoe het geloof leeft, wat het godsbeeld is en hoe het lhbt-zijn hierop van invloed is. Wees alert op geestelijke conflicten, omdat die een risico kunnen vormen voor suïcidaal gedrag. Weerleg onbijbelse opvattingen als: ‘Ik kan maar beter sterven dan zondigen’, of: ‘Als ik er niet meer ben, ben ik anderen niet meer tot last.’

Terecht wordt bij suïcidaliteit verwezen naar professionele hulp. Helaas is het zo dat veel mensen die suïcide plegen GGZ-hulp krijgen. Denk dus niet dat het wel goedkomt als er professionele hulp is. Een steunend netwerk is en blijft ook dan noodzakelijk. Een mantelzorgroep, bijvoorbeeld uit de kerkelijke gemeente, waarbij de leden elkaar afwisselen en elkaar kunnen steunen, kan hier veel betekenen.

 

Hoe kunnen we in geestelijk opzicht de naaste zijn van suïcidale jongere lhbt’ers?

We hebben gezien dat het geloof steun en bescherming kan bieden bij suïcidaal gedrag. Hoe kunnen we dat bevorderen? Voor ik hierop inga, eerst een paar opmerkingen.

  • Gebed is onmisbaar – voor de ander, maar ook voor jezelf. Want de omgang met iemand die suïcidaal is, kan aangrijpend zijn en veel geduld vragen.
  • Het geestelijk gesprek is bedoeld om het niet zelden gesloten of irreële denken van de suïcidale persoon in contact te brengen met de Heere en Zijn Woord en met christenen, zodat dat kracht kan doen. Maar dat is niet maakbaar. Dat betekent ook dat we niet eerst kijken naar wat direct werkt, zoals bij de praktische hulp, maar naar wat waar en betrouwbaar is.
  • Een goed gesprek begint met goed luisteren. Pas dan kunnen we op een passende manier aansluiten.
  • Troost en hoop komen bij een ernstig depressief of wanhopig iemand vaak niet meteen binnen. Dat wil niet zeggen dat je dat niet kunt inbrengen, maar zeg erbij dat je je realiseert dat de ander er misschien niet direct iets mee kan en er iets bij voelt. Verwacht daarom niet dat suïcidaliteit door een geestelijk gesprek snel overgaat en wek die verwachting ook niet. Het gaat erom dat er een zaadje wordt geplant dat op een door God gegeven moment kan ontkiemen en opgroeien.
  • Empathie is van grote waarde, maar daar moet het niet bij blijven. Voorzichtig aanspreken op verantwoordelijkheid voor God, zichzelf en de naasten is noodzakelijk.

Het geestelijk gesprek: hoop bieden

Uit de mogelijke invalshoeken voor een geestelijk gesprek kies ik voor het bieden van hoop in de hopeloosheid die suïcidaliteit kenmerkt. Ik noem enkele mogelijkheden die aan kunnen sluiten bij oorzaken van wanhoop.

Hoop voor wie zich veroordeeld voelt door God: God haat de zonde, maar heeft de zondaar lief

Men kan het gevoel hebben afgewezen en veroordeeld te worden door God. Vooral in het isolement kan dit een vreselijke beproeving zijn. Het is daarom essentieel om te beginnen met de boodschap dat God de wereld, inclusief lhbt’ers zo liefheeft, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon zond. Zie ook 1 Korinthe 6:10-11. Hier klinken meerdere seksuele zonden, maar geen ervan valt buiten het verkondigde heil.

Hoop voor wie opgesloten zit in het isolement: er is de gemeenschap in Christus

Voor wie zich afgewezen en veroordeeld voelt, is het erg moeilijk om over het lhbt-zijn, eenzaamheid en suïcidale gedachten te spreken. Luister daarom eerst en vraag door, zodat je in contact komt met het gesloten doemdenken van de suïcidale persoon. Gelukkig ligt de hoop op doorbreken van het isolement op een dieper niveau dan empathie en aanvaarding. ‘De onverbrekelijke gemeenschap met de verheerlijkte Christus in de Geest is de kern van de christelijke hoop’, schrijven Van den Brink en Van der Kooi in de Christelijke Dogmatiek. Dat plaatst ieder die gelooft in de gemeenschap van 1 Korinthe 12:26–27. Niet de leden dragen en leiden de gemeenschap , maar Christus als het hoofd. Dat neemt niet weg dat enkele vertrouwde broeders en zusters bij wie je altijd terecht kunt, van vitaal belang kunnen zijn.

Hoop voor wie geen mogelijkheid voor een vervuld leven meer ziet: Christus is ons alles

Christopher Yuan vroeg zich af wat hij als christen met zijn homoseksualiteit moest. Het antwoord vond hij in Handelingen 17:28: ‘Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij.’ Hij besefte dat niet zijn seksualiteit de kern van zijn identiteit is, maar dat die in Christus ligt. En dat het niet gaat om heteroseksueel worden, maar om heilig leven. Hij schrijft: ‘Heere, u bent voldoende; U bent alles wat ik nodig heb… en laat me dat nooit, nooit vergeten.

Hoop voor wie de strijd tegen de zonde een hopeloos gevecht lijkt: deze strijd is juist het teken van Gods werk in ons

Wesley Hill schrijft:

‘Ik heb al zozeer toegegeven aan de verleiding in mijn wellustige fantasieën, denk ik soms. Ik heb het voor mezelf al volledig verpest. Zou ik me dan maar niet laten gaan en dat hele onthoudingsgedoe laten zitten? God wil me niet opnieuw vergeven. Maar dan denk ik aan het evangelie. Het goede nieuws van het christendom biedt – in rijke mate – vergeving van zonden, uitwissing van schuld en verwijdering van alle goddelijke toorn door het sterven en de opstanding van Jezus Christus uit de doden. (…)

Persoonlijke omgang met God en deelname aan het transformerende leven van de kerk betekent niet dat we een soort ‘vrijkaartje’ krijgen voor onvoorwaardelijke liefde die ons laat blijven wie we zijn. In plaats daarvan krijgen we een vurige, veeleisende liefde die ons nooit zal laten ontsnappen aan haar zuiverende, vernieuwende en genezende greep. En dat betekent dat onze pijn – de pijn van de diepgewortelde neigingen en verlangens die afgewezen en geblokkeerd worden door Gods gebod van reinheid van het evangelie – niet zozeer een teken is van ons gebrek om te leven zoals God van ons vraagt, maar veeleer het teken is van onze trouw.

Dr. J. van der Wal, psycholoog
Van der Wal was onder andere
onderzoeker aan de RU Leiden en bestuurder van Eleos. Nu is hij gepensioneerd.